September 2015 – Een oneerlijk concurrentiebeding


De Rechtswinkel adviseert:
Werkgevers nemen vaak een concurrentiebeding op in arbeidsovereenkomsten. Met een concurrentiebeding spreken werkgever en werknemer af dat de werknemer na zijn uitdiensttreding gedurende een bepaalde tijd en in een bepaald gebied geen gelijksoortige activiteiten mag verrichten. Het doel hiervan is dat de werknemer na beëindiging van het arbeidscontract geen concurrentie gaat vormen voor de (voormalig) werkgever. Met de nieuwe Wet Werk en Zekerheid is het een en ander veranderd en zijn de eisen voor het concurrentiebeding strenger geworden.

Oud recht
Onder het oude recht – vóór 1 januari 2015 – waren de enige vereisten voor een rechtsgeldig concurrentiebeding dat het (1) schriftelijk overeengekomen diende te worden met (2) een meerderjarige werknemer. Van belang is dat de werknemer niet onredelijk veel nadeel ondervindt van het beding, bijvoorbeeld doordat de looptijd te lang is. Een onredelijk beding kan door de rechter geheel of gedeeltelijk worden vernietigd, wat wil zeggen dat het beding (gedeeltelijk) buiten werking wordt gesteld.

Wet Werk en Zekerheid
Met de nieuwe Wet Werk en Zekerheid geldt de regeling zoals die er onder het oude recht was nog steeds, maar met een belangrijke toevoeging. Concurrentiebedingen kunnen nog altijd rechtsgeldig worden opgenomen in arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd. Voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (bijvoorbeeld voor een jaar of zes maanden) geldt echter iets nieuws: daarin mag het concurrentiebeding enkel nog worden opgenomen als sprake is van ‘zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen’ (zie hieronder). De noodzaak van een concurrentiebeding bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd moet door de werkgever schriftelijk worden gemotiveerd en (eventueel in een bijlage) worden opgenomen in de arbeidsovereenkomst. Zonder die motivatie is het concurrentiebeding niet rechtsgeldig, wat betekent dat de werkgever er geen rechten aan kan ontlenen.

‘Zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen’
Belangrijk bij de vraag of een concurrentiebeding rechtsgeldig is opgenomen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, is wanneer sprake is van ‘zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen’. De rechter moet per geval bekijken of hiervan sprake is. Zo kan het bijvoorbeeld gaan om belangrijke en vertrouwelijke bedrijfsinformatie. Er zijn tot op heden nog weinig rechterlijke uitspraken gedaan. Zeker is in ieder geval dat de rechter niet snel aanneemt dat sprake is van zo een ‘zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang’ en zowel het belang van de werkgever als diens motivatie zeer zwaar toetst. De achterliggende reden hiervoor is dat een niet noodzakelijk concurrentiebeding een werknemer te veel belemmert in zijn werkmogelijkheden na het beëindigen van zijn dienstverband.

Eerder gesloten arbeidsovereenkomsten
Voor arbeidsovereenkomsten die zijn aangegaan vóór 1 januari 2015 geldt nog steeds het oude recht. De nieuwe eis van de Wet Werk en Zekerheid geldt daarvoor dus niet. Wel gaat die eis een rol spelen als een eerder gesloten overeenkomst voor bepaalde tijd wordt verlengd, omdat dan sprake is van een geheel nieuwe overeenkomst.

Twijfelt u of u een in uw arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentiebeding moet ondertekenen? Kom vooral langs op één van onze spreekuren en vraag ons om advies.

Auteur: Wilke Swinkels