April 2016 – De echtscheiding

Uit onderzoek van het CBS blijkt dat ongeveer een derde van de huwelijken eindigt in een echtscheiding. Hoewel iedereen natuurlijk hoopt op een lang en gelukkig huwelijk, krijgen veel mensen vroeg of laat met een echtscheiding te maken. Maar hoe gaat een echtscheidingsprocedure in zijn werk en wat komt daar allemaal bij kijken? In dit artikel wordt de echtscheidingsprocedure uiteengezet en wordt aangegeven waar u rekening mee dient te houden.

Een huwelijk kan worden aangegaan door twee personen van verschillend of gelijk geslacht. Het is mogelijk om te trouwen in gemeenschap van goederen of onder huwelijkse voorwaarden. Wanneer u in gemeenschap van goederen trouwt, zijn alle goederen die u beiden verkrijgt-voor en tijdens het huwelijk – gemeenschappelijk. Ook de schulden worden dan gemeenschappelijk bezit. Op dit moment is het trouwen in gemeenschap van goederen de standaard. Er is echter een wetsvoorstel aanhangig waardoor huwelijken in de toekomst mogelijk onder huwelijkse voorwaarden worden gesloten, tenzij men anders afspreekt. Wanneer u trouwt onder huwelijkse voorwaarden spreekt u met uw partner af dat bepaalde of alle goederen niet in de gemeenschap vallen. Huwelijkse voorwaarden kunt u voor, maar ook tijdens uw huwelijk aangaan. Huwelijkse voorwaarden kunnen enkel door een notaris opgesteld worden.

Echtscheidingsprocedure
Een echtscheiding kan aangevraagd worden door het indienen van een verzoekschrift aan de rechtbank. Dit verzoekschrift kunt u gezamenlijk, maar ook alleen indienen. Voor het indienen van dit verzoekschrift heeft u een advocaat nodig. Een echtscheidingsprocedure kan enkele weken tot anderhalf jaar duren, dit hangt er vanaf wat er tijdens de procedure aan de rechtbank wordt verzocht en of het verzoekschrift eenzijdig of gezamenlijk wordt ingediend. De echtscheidingsprocedure duurt vaak minder lang wanneer u samen met uw partner het verzoekschrift indient. U moet in het geval van een eenzijdig verzoekschrift namelijk bewijzen dat het huwelijk duurzaam ontwricht is en uw partner kan hiertoe tegenbewijs aanvoeren. Bij een gezamenlijk verzoek volstaat het dat u stelt dat het huwelijk duurzaam ontwricht is. Wanneer u gezamenlijk een verzoekschrift indient, kunt u bovendien gezamenlijk één advocaat in de arm nemen. Wanneer u echter eenzijdig een verzoek tot echtscheiding indient, hebben beide partners een advocaat nodig.

In het verzoekschrift kan een van de echtgenoten vragen om zogenaamde nevenvoorzieningen. Dit zijn beslissingen van de rechter over een bepaald verzoek dat samenhangt met het verzoek tot echtscheiding, bijvoorbeeld een verzoek tot partner- of kinderalimentatie. Partneralimentatie kan worden toegekend wanneer een echtgenoot niet over voldoende inkomsten beschikt om te voorzien in zijn of haar levensonderhoud. Deze uitkering kent nu een wettelijke maximumtermijn van twaalf jaren. De kinderalimentatie wordt onder het kopje ‘ouderschapsplan’ uiteengezet.

Naast de partner- en kinderalimentatie kan de rechter voorzieningen treffen voor onder andere het gezag over de minderjarigen kinderen, de boedelverdeling en een voorziening voor het woonrecht van de echtelijke woning.

Ouderschapsplan
Als u gaat scheiden en u heeft minderjarige kinderen, dan bent u verplicht een ouderschapsplan op te stellen. In een ouderschapsplan staan afspraken over de opvoeding en verzorging van de kinderen. Hierbij kunt u denken aan afspraken over de verdeling van de zorg en opvoeding en de verdeling van de kosten daarvan, maar ook afspraken over bijvoorbeeld bedtijden. De financiële regeling voor de verzorging en opvoeding van de kinderen heet de kinderalimentatie. In beginsel kunt u samen met uw partner een afspraak maken over de hoogte van het bedrag voor de kinderalimentatie. De rechter beoordeelt of dit bedrag juist is. De alimentatieplicht geldt voor kinderen tot 21 jaar.

Boedelverdeling
Wanneer men getrouwd is in gemeenschap van goederen, bestaat er in beginsel één gemeenschappelijk vermogen. Hierop gelden enkele uitzonderingen. Bij een schenking kan bijvoorbeeld vastgesteld worden dat het geschonkene niet in de gemeenschap van goederen valt. Het gemeenschappelijk vermogen moet bij scheiding naar redelijkheid worden verdeeld. Als men echter getrouwd is onder huwelijkse voorwaarden, dan heeft men afgesproken welke goederen buiten het gemeenschappelijk vermogen vallen. Deze goederen hoeven dan ook niet verdeeld te worden door de rechter.

Al met al komt er dus veel kijken bij een echtscheiding. Het hangt voor een groot deel van de persoonlijke omstandigheden af hoe de echtscheidingsprocedure wordt afgewikkeld. Heeft u vragen over de echtscheidingsprocedure of vragen over andere juridische zaken? Komt u dan gerust naar ons spreekuur, zodat wij uw situatie kunnen beoordelen en u van specifiek advies kunnen voorzien.

Auteur: Joep Verhoeven

Maart 2016 – Vaststellingsovereenkomst… En nu?

Nietsvermoedend stapt u op een maandagochtend in de auto of op de fiets om naar uw werk te gaan. Na een kop koffie en de routinegesprekjes met uw collega’s loopt u naar uw bureau om daar een brief van uw werkgever aan te treffen. Het blijkt een vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van uw arbeidscontract te zijn, oftewel: een voorstel tot ontslag met wederzijds goedvinden. Wat zijn uw rechten? Bent u direct ontslagen? Heeft u recht op een uitkering? In dit artikel komen de belangrijkste punten waar u op moet letten bij een dergelijke vaststellingsovereenkomst aan bod.

Werkgevers maken veelvuldig gebruik van de vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van een arbeidscontract. De vaststellingsovereenkomst is een voorstel tot ontslag: het enkele aanbieden van een vaststellingsovereenkomst leidt niet tot ontslag. Ontslag volgt pas wanneer u ondertekent. Op dat moment is sprake van ontslag met wederzijds goedvinden. U bent niet verplicht het voorstel te tekenen. U verkeert in een onderhandelingspositie, waardoor u eisen kunt stellen aan de vaststellingsovereenkomst. Wanneer u een vaststellingsovereenkomst aangeboden heeft gekregen, zijn er zes punten waar u in ieder geval op moet letten.

Initiatief bij de werkgever
Ten eerste is het van belang dat in de overeenkomst wordt opgenomen dat het initiatief tot het ontslag bij de werkgever ligt en u geen verwijt treft dat u bent ontslagen. Als het UWV uit enig aspect in de
vaststellingsovereenkomst kan afleiden dat uw ontslag wél aan u is te wijten, loopt u het risico dat uw recht op een WW-uitkering vervalt.

Opzegtermijn
Ten tweede moet de opzegtermijn van de arbeidsovereenkomst in acht worden genomen. Het UWV bepaalt op basis van deze termijn wanneer u recht heeft op een WW-uitkering. Wanneer de opzegtermijn niet in acht is genomen, kan het zijn dat u voor die periode geen uitkering krijgt. Een opzegtermijn waarborgt dat u bijtijds op de hoogte wordt gesteld van het aanstaande ontslag. Deze termijn is in beginsel een maand en twee maanden als u langer dan vijf jaar bij uw huidige werkgever
heeft gewerkt. Hoe langer u bij dezelfde werkgever heeft gewerkt, des te langer wordt de opzegtermijn. Het is mogelijk dat in uw cao of in uw arbeidscontract is afgeweken van de wettelijke opzegtermijn. Daarom is het raadzaam om zowel uw cao als uw arbeidsovereenkomst te controleren.

Ontslagvergoeding
In de vaststellingsovereenkomst kan een ontslagvergoeding worden opgenomen. Dit is vaak een punt waar voor u, als werknemer, nog onderhandelingsruimte bestaat. Wanneer de werkgever u wil ontslaan zonder een gegronde reden, heeft u een sterkere positie. Voor informatie met betrekking tot de transitievergoeding kunt u het wijkkrantartikel van januari 2016 lezen.

Concurrentiebeding
Verder is het van belang om te kijken of er een concurrentiebeding is opgenomen in uw arbeidscontract. In een concurrentiebeding wordt geregeld aan welke regels u zich moet houden wanneer u gaat werken voor een andere werkgever of wanneer u voor uzelf begint. Een dergelijk beding is alleen geldig wanneer dit in een arbeidscontract voor onbepaalde tijd met een meerderjarige werknemer is overeengekomen. Wanneer het een arbeidscontract voor bepaalde tijd betreft, is het beding in principe niet geldig. Daarnaast is het beding ongeldig als het niet in uw arbeidscontract is opgenomen en dus alleen in de vaststellingsovereenkomst wordt genoemd. Als laatste is het mogelijk om een in uw arbeidscontract overeengekomen concurrentiebeding buiten werking te stellen in de vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van uw arbeidscontract.

Finale kwijting
Ook een finale kwijting is een belangrijk punt. Een finale kwijting houdt in dat partijen over en weer verklaren aan elkaar niets meer verschuldigd te zijn, behalve hetgeen in de vaststelingsovereenkomst is bepaald. Van belang is hier bijvoorbeeld dat uw vakantiegeld vervalt als hierover niks is opgenomen
in de vaststellingsovereenkomst.

Bedenktijd
Als laatste is het van belang dat u, nadat u getekend heeft, nog een bedenktijd van minimaal twee weken heeft om terug te komen op uw beslissing. U hoeft daarvoor geen reden te geven. Als de werkgever de bedenktijd niet expliciet in de vaststellingsovereenkomst noemt, heeft u zelfs drie weken bedenktijd.

Samenvattend moet u erop letten dat het initiatief bij de werkgever ligt en u geen verwijt treft, de opzegtermijn in acht wordt genomen, er geen concurrentiebeding is opgenomen in uw arbeidscontract, u niets meer te vorderen heeft van uw werkgever in verband met de finale kwijting en dat de bedenktijd is vermeld. Daarnaast is het aan te raden om een ontslagvergoeding overeen te komen. Een laatste tip: blijf kalm en weet dat u kunt onderhandelen. Mocht u toch niet zeker zijn, kom gerust tijdens een van de spreekuren langs met uw vaststellingsovereenkomst. Onze medewerkers zullen dan met u bekijken of aan alle vereisten is voldaan.

Auteur: Leontine Niessen