Maart 2015 – Optreden tegen de uitbouw van uw buren

Maart 2015 – Optreden tegen de uitbouw van uw buren

In het wijkkrantartikel van juni 2014 werd de vergunningverplichting omtrent verbouwen en uitbouwen behandeld. Stel nu dat niet u, maar uw buren dergelijke plannen hebben. U ziet deze bouw helemaal niet zitten en u vraagt zich af of u iets kunt doen om te voorkomen dat uw buren deze uitbouw zullen realiseren. Of in het geval dat men al begonnen is met de bouw, is er dan nog iets dat u kunt doen?

Om te mogen verbouwen bleek al in veel gevallen een omgevingsvergunning nodig (zie het artikel van juni 2014). Bij dergelijke bouwplannen kunnen zich vier situaties voordoen. Deze situaties zullen hieronder worden behandeld.

Situatie 1: uw buren mogen vergunningvrij bouwen. In dit geval hebben uw buren geen toestemming nodig van de gemeente en kunt u hier in principe dan ook niets tegen doen. Het enige dat we u in een dergelijk geval kunnen adviseren is in gesprek te gaan met uw buren, om op deze manier tot een oplossing te komen.

Situatie 2: er is een vergunning verleend. Als u op de hoogte bent van de vergunningverlening kunt u hiertegen bezwaar maken. Verleende vergunningen kunt u vinden in de krant of op de website van de gemeente. Vanaf het moment dat de vergunning is verleend, heeft u zes weken de tijd om bezwaar te maken bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente. In een aangetekende brief kunt u aangeven waarom u bezwaar maakt. Niet alle bezwaren hebben kans van slagen, denk aan het wegnemen van zonlicht of het bederven van uw uitzicht. Het niet voldoen aan de welstandseisen, het bestemmingsplan of het landelijk bouwbesluit etcetera zijn wel gronden die kans van slagen hebben.

Situatie 3: de omgevingsvergunnning is aangevraagd, maar nog niet verleend. Ook nu kunt u niet veel doen. Omdat er nog geen vergunning is verleend, is er ook nog geen besluit waar u bezwaar tegen kunt maken. In sommige gevallen maakt de gemeente het echter mogelijk dat iedereen ‘zienswijzen’ kan indienen. Ditspeelt bij ontwerp-besluiten van bestuursorganen en niet bij kleine verbouwingen. Als u vindt dat met de door u ingediende zienswijze(n) niet voldoende rekening gehouden is, kunt u beroep instellen bij de bestuursrechter. Let bij het indienen van een zienswijze wel op de aangegeven termijn waarbinnen u dit kunt doen. Er geldt een beroepstermijn van zes weken, te rekenen vanaf het moment dat het besluit genomen is.

Situatie 4: er is gebouwd zonder verleende omgevingsvergunning. In dit geval kunt u natuurlijk niets meer doen om de bouw te voorkomen. Echter, u kunt wel in een aangetekende brief de gemeente verzoeken op te treden. Als de gemeente besluit op te treden, zal ze uw buren eerst aanschrijven. Zij kunnen op deze brief reageren en hun visie kenbaar maken. Als de gemeente hier niet in meegaat kan de gemeente optreden met bestuursdwang: de situatie zal binnen een bepaalde termijn in de oorspronkelijke staat teruggebracht moeten worden. Als de buren dit niet doen kan de gemeente eventueel ook zelf, op kosten van de overtreder, de situatie in de oorspronkelijke staat terugbrengen. Als de situatie niet in de oorspronkelijke situatie wordt teruggebracht kan een dwangsom volgen of kan het zijn dat een bestuurlijke boete aan de gemeente betaald zal moeten worden. Het kan echter ook voorkomen dat de gemeente achteraf alsnog een vergunning verleent.

Is één van deze situaties op u van toepassing, of heeft u een ander juridisch probleem? Kom dan gerust langs op één van onze spreekuren.

Auteur: Paul Dupont

Februari 2015 – Een verrassing uit Duitsland

Februari 2015 – Een verrassing uit Duitsland

Nijmegen als grensstad bevindt zich maar een aantal kilometers van de Duitse grens. Duitsland is niet alleen een geliefd vakantieland, het is ook erg aantrekkelijk voor Nijmegenaren om een auto vol met goedkope boodschappen vanuit Duitsland weer mee terug te nemen naar Nederland. Natuurlijk probeer je een ‘bonnenregen’ te voorkomen, maar wat als er toch een verkeersboete uit Duitsland op de deurmat valt?

Een veel gehoord misverstand is de gedachte dat wanneer je een bekeuring uit het buitenland ontvangt,‘ze er toch niet achter komen’, als je niet betaalt. Als gevolg van een Europees kaderbesluit is sinds kort voor de landen binnen de Europese Unie eenvoudiger om een betaling van een buitenlandse boete in Nederland af te dwingen. Een van de problemen met het ontvangen van een verkeersboete uit Duitsland is dat het zorgt voor verwarring, dit komt omdat deze in het Duits is opgesteld. Indien u dit niet begrijpt, kunt u de Duitse autoriteit verzoeken om de aan u toegezonden brief in het Nederlands te laten vertalen.

In Duitsland zijn er twee mogelijkheden om een boete af te handelen, namelijk via een Verwarnung of een Bussgeldbescheid. Een ‘Verwarnung’ ontvangt u indien de hoogte van de boete tussen de €5 en €35 ligt. Indien u deze binnen één week betaalt voorkomt u verdere strafvervolging. Wanneer u te laat betaalt of u betaalt niet, bijvoorbeeld omdat u vindt dat de boete onterecht naar u verzonden is, wordt de Verwarnung omgezet naar een Bussgeldbescheid. Dit heeft als gevolg dat de boete verhoogd wordt. Dit bedrag zal tussen de €40 en €750 liggen. De brief die u vervolgens ontvangt bevat niet de nieuwe exacte hoogte van de boete, dit bedrag volgt in een verderop besproken brief. In Duitsland geldt een ander systeem dan in Nederland, waarbij deze brief tot doel heeft dat er onderzocht wordt wie de bestuurder was ten tijde van de overtreding. Er wordt dus niet bekeurd op het kenteken van de auto zoals gebruikelijk is in Nederland. Deze brief bevat dan ook een foto indien u geflitst bent. Vervolgens heeft u de mogelijkheid om aan te geven wat uw kant van het verhaal is over de verkeersboete. Indien u tentijde van de overtreding niet de bestuurder was kunt u de gegevens opgeven van de persoon die wel reed. Dit kan tot gevolg hebben dat de boete voor u wordt kwijt gescholden. Indien u niet in het gelijk wordt gesteld krijgt u tenslotte een brief toegestuurd met daarin het nieuwe boetebedrag.

Als u van mening bent dat u onterecht bekeurd bent, heeft u de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen. Dit is mogelijk binnen twee weken, na de ontvangst van het ßusgeldbescheid, bij de instantie die op het ßusgeldbescheid is genoemd. Een voorbeeld van een gegronde reden voor bezwaar tegen uw verkeersboete is ‘het niet zijn van de bestuurder ten tijde van het voorval’ of ‘het bevinden in een noodstituatie ten tijde van het voorval’. Uw bezwaar kan worden toegewezen wat tot gevolg heeft dat u de boete niet hoeft te betalen. Indien uw bezwaar wordt afgewezen, kunt u voor een gerechtelijke procedure kiezen.

Heeft u nog verdere specifieke vragen over uw verkeersboete waartegen u bezwaar wil aantekenen? Komt u dan gerust naar ons spreekuur waar we uw situatie kunnen beoordelen en u van advies kunnen voorzien.

Auteur: Joyce ten Brinke

Januari 2015 – Drama op het vliegveld

Het vliegtuig pakken en uw toevlucht zoeken in een aantrekkelijk oord is voor velen dé manier om tot rust te komen. Het is dan wel prettig als alles volgens plan verloopt. Helaas is dit niet altijd het geval; er is immers altijd kans op vertraging of annulering van uw vlucht. Tot overmaat van ramp kan daar nog de vermissing of vertraging van uw bagage bijkomen. Wat zijn nu uw rechten in een dergelijk geval als passagier?

Is er een vertraging of annulering van uw vlucht geweest, of heeft u een instapweigering gekregen? U heeft dan op basis van Europese regels bepaalde rechten indien u vliegt vanaf een luchthaven binnen de Europese Unie (EU) of als u met een Europese luchtvaartmaatschappij vliegt naar een lidstaat van de Europese Unie.

De luchtvaartmaatschappij moet u bij dergelijke problemen verzorging aanbieden. De omvang van de verzorging hangt af van de afstand die u vliegt en hoe lang uw vertraging is. Indien u meer dan vijf uur vertraging heeft, mag u er voor kiezen om niet meer te vertrekken. De luchtvaartmaatschappij moet dan de kosten van het vliegticket (de heenreis) terugbetalen. Indien u door de vertraging drie uur of later op uw bestemming aankomt, heeft u recht op een vergoeding. Hoe hoog de vergoeding is, is afhankelijk van de afstand die u vliegt. Helaas is er geen ruimte voor vergoeding indien sprake is van overmacht bij de luchtvaartmaatschappij. Voorbeelden van overmacht zijn een orkaan, dichte mist of hevige sneeuwval. U heeft dan wel recht op verzorging. Hierbij moet u denken aan gratis eten en drinken. In de gevallen buiten overmacht, kunt u de luchtvaartmaatschappij vragen om een vergoeding door een brief te sturen aan de luchtvaartmaatschappij. Hierin beschrijft u uw klacht en vraagt u een reactie voor een bepaalde datum. De tijd die u de luchtvaartmaatschappij geeft om te reageren moet redelijk zijn. Hierbij is een redelijk termijn twee weken. Als de luchtvaartmaatschappij niet bereid blijkt tot uitkering van een vergoeding kunt u uw klacht voorleggen aan de Inspectie Leefomgeving en Transport(ILT). De ILT beoordeelt of de luchtvaartmaatschappij zich aan de regels heeft gehouden. De luchtvaartmaatschappij is hier echter niet aan gebonden.

Het laatste redmiddel is de stap naar de rechter. Vaak is het echter niet zinvol om uw klacht voor te leggen aan de rechter, omdat de te vorderen vergoeding te gering is ten opzichte van de kosten voor de procedure.

Naast problematiek rondom uw vlucht kan ook het een en ander misgaan met uw bagage. Indien u bagageproblemen ondervindt bij aankomst op de bestemming, moet u hier meteen melding van maken bij uw luchtvaartmaatschappij. Hiervoor moet u het PIR-formulier invullen (‘Property Irregularity Report’). Bij vermiste en vertraagde bagage betaalt de luchtvaartmaatschappij vaak een vergoeding voor noodzakelijke spullen als ondergoed en toiletspullen. U vindt de regeling in de algemene voorwaarden van de betreffende luchtvaartmaatschappij. U kunt ook de luchtvaartmaatschappij aansprakelijk stellen. Dit is vastgelegd in verdragen die de vergoeding bepalen die u per kilo bagage kunt krijgen. Als u een reisverzekering hebt, kunt u via uw verzekering soms ook een vergoeding krijgen. Kijk hiervoor in de polis van uw verzekering of u hier recht op heeft.

Indien u ontevreden bent over het handelen van de luchtvaartmaatschappij, kunt u dezelfde stappen ondernemen die zijn beschreven bij vluchtproblemen.

Heeft u omtrent dit onderwerp nog vragen?Kom gerust langs op een van onze spreekuren.

Auteur: Sylvia Frequin

December 2014 – Online verkoop: te vertrouwen?

Nederland heeft inmiddels zo’n 70.000 webwinkels. Denk niet alleen aan bol.com, marktplaats.nl maar ook aan supermarkten, kledingzaken en elektronicabedrijven. Bovendien zijn er veel websites en Facebookgroepen waarop particulieren tweedehands artikelen verkopen. Dit kan heel makkelijk zijn, maar is het ook betrouwbaar? Stel, u koopt een tweedehands pannenset op de Facebookgroep Second hand Nijmegen. U maakt geld over naar de verkoper en moet er dan op vertrouwen dat uw pannenset ook daadwerkelijk op de post wordt gedaan. Wat nu als u betaald heeft, maar daarna niks meer hoort van de verkoper? Misschien is het een misverstand en is het zo opgelost, maar het komt ook voor dat op deze manier mensen worden opgelicht.

Er zitten twee kanten aan dit probleem: allereerst is het niet leveren van de pannenset niet-nakoming van een koopovereenkomst, waarvoor u naar de burgerlijke rechter kunt stappen. Ten tweede kan het niet leveren van de pannenset onder omstandigheden ook oplichting zijn, wat strafbaar is.

Als een koopovereenkomst niet wordt nagekomen, omdat de verkoper de zaak niet wil of kan leveren, is het mogelijk om naar de burgerlijke rechter te gaan. Dit kan echter veel tijd, geld en moeite kosten, waardoor veel mensen dit niet zullen doen. Bovendien moet volgens het privaatrecht de verkoper een dagvaarding toegestuurd krijgen – en het is niet altijd even makkelijk om de verkoper te vinden.

Wat kan in zo’n situatie via de politie en de strafrechter bereikt worden? Allereerst is er een meldpunt internetoplichting, eenvoudig te vinden door deze term te googelen. Hier kan gecontroleerd worden of een verkoper niet als internetoplichter bekend staat. Ook kan aangifte worden gedaan van internetoplichting.

Voordat iemand voor oplichting veroordeeld kan worden, moet dit wel eerst bewezen worden. En dat is lastig: de wetgever verwacht voorzichtigheid van een koper. Daarom is niet zonder meer sprake van oplichting als iemand zich voordoet als welwillende verkoper, terwijl hij altijd al van plan was het betaalde geld te houden en de pannenset niet op te sturen. De opgelichte persoon moet daarom kunnen aantonen dat de verkoper actief heeft geprobeerd betrouwbaar over te komen. Heeft de kwaadwillende verkoper dusdanig veel moeite gestoken in het misleiden van de koper, dan zal het aantonen van oplichting makkelijker worden.

Het strafproces kent echter ook voordelen. De politie kan vaak met meer gemak achterhalen waar de verkoper woont. De strafrechter kan daarnaast de verkoper ertoe veroordelen om het betaalde geld terug te geven aan de opgelichte koper. Ook als de strafrechter dit niet doet, kan de veroordeling voor oplichting bij de burgerlijke rechter als bewijs dienen voor het niet-nakomen van de overeenkomst door de verkoper. Dat kan het terugkrijgen van het geld of het verkrijgen van de pannenset vergemakkelijken.

Aan de ene kant is het dus lastig om via de burgerlijke rechter de verkoper te dwingen tot levering van de gekochte zaak. Aan de andere kant is het ook lastig voor het Openbaar Ministerie om oplichting te bewijzen bij de strafrechter. Veelal zal een rechter bereid zijn om zo’n kwaadwillende online verkoper te veroordelen, maar hij zal dit niet doen zonder er voldoende van overtuigd te zijn dat de verkoper ook écht kwaadwillend was. Voorzichtigheid blijft dus geboden: controleer alle persoonsgegevens, controleer de verkoper via het Meldpunt Internetoplichting, haal de producten zelf op en betaal ter plekke bij het ophalen. Het kost wat extra moeite – maar dan heb je wel een pannenset om mee te koken.

Auteur: Koen Bakker

Oktober 2014 – Ontbinding van de huwelijksgemeenschap

Stel u bent getrouwd, maar uw relatie staat er niet goed voor. Steeds vaker denkt u dat scheiden uiteindelijk toch de beste oplossing zal zijn. Maar scheiden doe je niet zomaar; er komt veel bij kijken en de gevolgen zijn niet alleen emotioneel zwaar, maar ook financieel vaak ingrijpend. De verdeling van een huwelijksgemeenschap is in de praktijk dan ook een van de grootste problemen bij een echtscheiding. Wat valt in de huwelijksgemeenschap en hoe wordt deze verdeeld bij echtscheiding?

Allereerst is het van belang om te beoordelen hoe het huwelijk is geregeld. Zo kan men getrouwd zijn onder huwelijkse voorwaarden die opgemaakt zijn door een notaris. De huwelijkse voorwaarden bepalen wat al dan niet in de eventueel aanwezige huwelijksgemeenschap valt. Dat kan van geval tot geval anders zijn, mede afhankelijk van wat men heeft vastgelegd. Hier zijn dan ook geen algemene uitspraken over te doen. Indien men geen huwelijkse voorwaarden heeft laten opmaken – en dat is bij driekwart van de huwelijken het geval –ontstaat op het moment van het sluiten van het huwelijk automatisch een wettelijke huwelijksgemeenschap.

Deze wettelijke gemeenschap van goederen houdt in dat in beginsel alle goederen en schulden van de echtgenoten in de huwelijksgemeenschap vallen: wat eerst van u alleen was, is vanaf dat moment van u samen. U bent dus niet, zoals vaak wordt gezegd, beiden voor de helft eigenaar. De vermogens van de partners smelten juridisch gezien samen tot een nieuw vermogen: de huwelijksgemeenschap. Dat geldt voor alle eigendommen, maar ook voor schulden; zelfs als deze zijn verzwegen door een van de partners.

Op de hoofdregel dat de huwelijksgemeenschap alomvattend is, bestaan wel enkele uitzonderingen. Zo staat in de wet bijvoorbeeld dat bepaalde goederen die men erft of geschonken krijgt niet in de huwelijksgemeenschap vallen. Aan deze zaken moet dan een uitsluitingsclausule gekoppeld zijn. Die clausule zorgt ervoor dat hetgeen geërfd of geschonken wordt niet in de huwelijksgemeenschap kan vallen en daardoor privévermogen blijft. Ook bepaalt de wet dat bepaalde goederen of schulden dermate persoonlijk zijn dat deze persoonlijke band – in de wet verknochtheid genoemd – voorkomt dat deze goederen of schulden in de huwelijksgemeenschap vallen. Er is echter niet snel sprake van verknochtheid. Verknochte goederen of schulden blijven ook privé(vermogen). Een voorbeeld van een verknochte schuld is de strafrechtelijke geldboete die een man opgelegd heeft gekregen voor een misdrijf dat hij jegens zijn vrouw heeft gepleegd.

Zodra vast staat wat in de huwelijksgemeenschap valt, kan de ontbinding ervan bekeken worden. De huwelijksgemeenschap wordt ontbonden op het moment dat het verzoek tot echtscheiding wordt ingediend bij de rechtbank en is vanaf dat moment klaar voor de verdeling. Dit maakt verdeling van de huwelijksgemeenschap dus al mogelijk voordat de rechter de scheiding uitspreekt. In beginsel is ieder tot de helft van de ontbonden huwelijksgemeenschap gerechtigd; voor schulden uit de huwelijksgemeenschap blijft men beiden aansprakelijk. Over de verdeling van goederen uit de huwelijksgemeenschap kunnen onderling afspraken gemaakt worden. Indien men er samen niet uitkomt, verdeelt de rechter de ontbonden huwelijksgemeenschap.

Heeft u vragen over het huwelijksvermogensrecht en/of echtscheiding of een andere juridische vraag? Komt u dan gerust naar ons spreekuur, zodat wij uw specifieke situatie kunnen beoordelen en u van advies kunnen voorzien.

Auteur: Eugene Schenk

Maart 2014 – Bent u altijd verplicht om mee te werken aan onderzoek van de politie?

De Rechtswinkel adviseert:

In de late avonduren bent u in alle haast in de auto onderweg naar een verjaardag van een goede collega. Het verkeer gaat kruipend vooruit, en enigszins geïrriteerd ziet u in de verte dat er een alcoholonderzoek door de politie wordt uitgevoerd bij alle passerende automobilisten. Hier zit u natuurlijk niet op te wachten. Eenmaal bij de agenten aangekomen, geeft u aan veel haast te hebben en niet mee te willen werken aan het onderzoek. Nog voordat de agenten kunnen reageren, rijdt u weg.

U bent zich ervan bewust dat het niet de bedoeling is om zomaar weg te rijden bij een alcoholcontrole. Later realiseert u zich dat dit misschien nadelige gevolgen kan hebben. U begint zich zorgen te maken en vraagt zich het een en ander af. Bent u bijvoorbeeld altijd verplicht om mee te werken aan onderzoek van de politie?

Wat zegt het recht?

Allereerst dient duidelijk te worden gemaakt dat er verschillende handhavingsmethoden zijn. In het algemeen is er een onderscheid tussen toezicht, controle en opsporing. Op grond van het bestuursrecht wordt regelmatig toezicht gehouden door hiervoor wettelijk aangewezen toezichthouders. Het gaat dan om bestuursrechtelijke activiteiten die vooraf toezien op de naleving van de wet. Als uit het toezicht wordt geconcludeerd dat de wet onvoldoende of niet is nageleefd, kan worden opgetreden. Een bouwvergunning kan worden ingetrokken of een verleende subsidie moet worden teruggestort. Iedereen is wettelijk verplicht aan een toezichthouder medewerking te verlenen.

Bij de handhavingsmethoden controle en opsporing ligt het wat complexer. Deze twee bevoegdheden komen uit het strafrecht. Beide worden uitgevoerd door bevoegde opsporingsambtenaren. Strafrechtelijke controle ziet op het vooraf bezien of rechtsregels worden nageleefd. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een alcoholcontrole of een controle op fietsverlichting. Er is bij controle nog geen sprake van een concrete verdenking van een strafbaar feit. Belangrijk om te weten, is dat iedere burger, net als bij  bestuursrechtelijk toezicht, bij een dergelijke controle tot medewerking is verplicht. Het niet voldoen aan een ambtelijk bevel of vordering is dan ook strafbaar gesteld met een gevangenisstraf of geldboete.

Het verschil tussen controle en opsporing is zowel in de literatuur als in de  rechtspraak onduidelijk. Controle is een preventief handhavingsmiddel voor de overheid. Bij opsporing is er daarentegen vaak al sprake van een zekere verdenking van een bepaald persoon van een strafbaar feit. Een aanhouding is dan ook een mogelijk gevolg bij opsporing. Een verdachte is in beginsel niet verplicht om mee te werken aan het opsporingsonderzoek. In Nederland hoeft een verdachte namelijk niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Hij heeft het recht om te zwijgen. Wel moet een verdachte de toepassing van de bevoegdheden van de opsporingsambtenaar dulden, zoals het verrichten van onderzoek aan kleding.

Het onderscheid tussen controle- en opsporingsbevoegdheden is aldus doorslaggevend voor de vraag of medewerking moet worden verleend. Toch is het in geen geval verstandig medewerking te weigeren aan de politie. Waar u wellicht graag had gelezen dat u hard het gaspedaal mag indrukken bij het zien van een stop-teken, moet ik u teleurstellen. Zo is ook in het bovenstaande voorbeeld strafbaar gehandeld door geen gevolg te geven aan het ambtelijk bevel van een politieagent. Indien u meer wilt weten over dit onderwerp, komt u dan vooral eens langs bij de Rechtswinkel. Wij geven u graag persoonlijk advies en meer informatie.

Auteur: Irene Verrijt

Februari 2014 – Wanneer bent u aansprakelijk voor uw kinderen?

De Rechtswinkel adviseert:

Na enkele uren het allernieuwste racespelletje te hebben gespeeld, zijn de dertienjarige Levi en zijn vijftienjarige vriendje Kenzo het spelletje al helemaal beu. Wanneer ze besluiten om buiten te spelen, lopen ze langs de splinternieuwe rode sportwagen van Levi’s vader. Kenzo roept heel zelfvoldaan: “Ik heb al héél vaak samen met mijn vader op een parkeerplaats rondjes gereden!”. Hierna loopt Levi stilletjes naar binnen en pakt zonder dat zijn vader het merkt de autosleutels van de keukentafel. “Laat maar zien hoe goed je kunt rijden Kenzo”, zegt Levi. Kenzo kruipt vervolgens achter het stuur en rijdt soepeltjes weg. Het gaat echter al snel mis. De kinderen rijden door de voortuin van mevrouw Schothuis en scheppen enkele van haar zeer dierbare antieke tuinkabouters voordat de auto uiteindelijk tot stilstand komt tegen de voorpui van de pizzeria van meneer Calzone. Wonder boven wonder komen de kinderen er zonder kleerscheuren van af. Maar wie is er aansprakelijk voor de schade die de kinderen veroozaakt hebben?

Wat zegt het recht?

Als ouder/voogd draagt u in beginsel de verantwoordelijkheid voor onrechtmatige gedragingen van uw kind en de eventuele gevolgen daarvan. Hierdoor kunt u ook aansprakelijk gesteld worden voor ongelukjes, zoals het omstoten van een dure vaas. Bij een aansprakelijkheid voor dergelijke ongelukjes, in juridische termen een onrechtmatige daad genoemd, moet gedacht worden aan een gedraging van een kind waarmee op een onwettige of onbehoorlijke wijze een ander schade wordt toegebracht. Strafrechtelijke gedragingen vallen niet onder deze aansprakelijkheid.

Echter, de eventuele aansprakelijkheid hangt af van de leeftijd van het kind. In de wet zijn dan ook verschillende leeftijdscategorieën te onderscheiden.

Zo is een ouder/voogd altijd volledig aansprakelijk voor kinderen tot en met dertien jaar. Dit noemen we de risico-aansprakelijkheid van een ouder/voogd. Zij zijn aansprakelijk, zonder dat hen zelf een verwijt kan worden gemaakt.

Verwacht wordt dat kinderen van veertien en vijftien jaar meer verantwoordelijkheid kunnen dragen voor hun eigen daden. In dit geval dragen zowel de ouder/voogd als het kind zelf de verantwoordelijkheid. Om praktische redenen wordt vaak gekozen om de ouder/voogd aansprakelijk te stellen in verband met het verhalen van de schade. Echter, de ouder/voogd krijgt nu  wel de kans om aan de aansprakelijkheid te ontkomen! De ouder/voogd dient dan aan te tonen dat hem niet verweten kan worden dat hij de onrechtmatige gedraging van het kind niet heeft belet.
Kinderen van zestien en zeventien jaar oud zijn in principe zelf aansprakelijk voor de veroorzaakte schade. De ouder/voogd is pas aansprakelijk wanneer het kind niet aansprakelijk gesteld kan worden of omdat het kind financieel niets te bieden heeft.

Pas wanneer uw kind de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en dus meerderjardig is, is uw kind zelf volledig verantwoordelijk voor de gevolgen van zijn eigen gedragingen. U kunt hiervoor niet meer aangesproken worden.

Het bovenstaande is slechts een uiteenzetting van de algemene regels omtrent de aansprakelijkheidsstelling van een ouder/voogd voor onrechtmatige gedragingen van kinderen. De specifieke omstandigheden van het geval zijn van belang voor een eventuele aansprakelijkheid. Heeft u hierover vragen? Kom gerust langs op één van onze spreekuren!

Auteur: Manon van Eerten

Januari 2014 – “Een gekocht product met een defect: wat te doen?”

De Rechtswinkel adviseert:

Het is januari en het begint al weer aardig te vriezen. U heeft net een spiksplinternieuwe cv-installatie bij het bedrijf CV 100% gekocht, zodat u de winter niet koukleumend door hoeft te komen. Althans, dat dacht u. Ondanks de nieuwe installatie, blijft het toch erg koud binnen. Uw partner heeft twee rechterhanden en inspecteert de installatie. Wat blijkt, de installatie geeft telkens een foutmelding aan. Het lijkt erop dat de installatie kapot is. U belt de klantenservice en u krijgt een monteur aan de lijn, maar u krijgt de indruk dat hij u probeert af te wimpelen. Na nog een paar keer tevergeefs gebeld te hebben, bent u het beu. U laat de installatie door een ander bedrijf herstellen, maar wat te doen met de kosten die u hiervoor gemaakt heeft?

Zal het recht overwinnen?

De wet bepaalt dat een gekochte zaak aan de koopovereenkomst moet beantwoorden. Dit houdt in dat een gekocht product moet voldoen aan de verwachtingen die u van het product mag hebben. In dit geval is dat het naar behoren werken van de cv-installatie. Bij de redelijke verwachting van een product wordt gekeken naar verschillende gezichtspunten: denk hierbij aan de aard van het product, is het product nieuw of tweedehands? Ook kijkt men naar de hoogte van de prijs en het soort winkel waar u het product heeft gekocht.

Bij dit laatste is het van belang of het product gekocht is in bijvoorbeeld een kringloopwinkel of juist in een gespecialiseerde winkel.

Indien men op grond van bovenstaande punten tot de conclusie komt dat het product niet de eigenschappen bezit die de koper had mogen verwachten, dan voldoet het product niet aan de overeenkomst. Het is natuurlijk lastig te bewijzen dat de afwijking al bestond ten tijde van de koop.  Om die reden komt de wet de consument tegemoet: de afwijking wordt vermoed te hebben bestaan ten tijde van de koop, indien de afwijking zich binnen zes maanden na de koop voordoet. In het geval u de afwijking ontdekt binnen zes maanden, is het van belang dat u binnen een redelijke termijn dit mededeelt aan het bedrijf. Uit de literatuur blijkt dat over het algemeen een termijn van twee maanden redelijk is. Hier kan echter onder omstandigheden van worden afgeweken.

De koper heeft in dit geval drie opties. Hij heeft namelijk het recht ofwel aflevering van het ontbrekende, ofwel herstel of vervanging van het product te eisen. In geval van de kapotte installatie, ligt herstel of vervanging voor de hand. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat uw installatie niet goed geïnstalleerd is. Dit is ook aan te merken als een gebrek aan het product. De verkoper is verplicht om binnen een redelijke termijn zijn verplichting tot herstel of vervanging na te komen.

Echter, in  uw geval blijkt dat hiertoe geen enkele poging wordt gedaan. U baalt als een stekker en u wilt het probleem zo snel mogelijk opgelost hebben. Voordat u echter kunt overgaan tot herstel door een ander bedrijf, bent u verplicht om CV 100% een schriftelijke aanmaning te sturen. Hierin geeft u een redelijke termijn voor de nakoming. Deze termijn hangt af van de omstandigheden van het geval. Indien de termijn verstreken is zonder dat er door CV 100% is nagekomen, bent u bevoegd om op kosten van CV 100% uw installatie door een ander bedrijf te laten herstellen. De kosten die dit bedrijf hiervoor maakt, kunt u vervolgens verhalen op CV 100%.

Bovenstaand probleem kan natuurlijk ook met talloze andere producten voorkomen. Denkt u bijvoorbeeld aan badkamertegels die niet aan de redelijke verwachting voldoen. Komt u gerust op een van onze spreekuren met uw vraag, wij zijn er om u te helpen.

Auteur: Carine Nijman

December 2013 – Defect in uw aankoop? Wellicht biedt de garantie soelaas!

Een beroep op aanvullende garantie is voor u als consument vaak het meest aantrekkelijk

U ergert zich meer en meer aan de wasmachine die u jaren geleden van uw buurman heeft overgenomen. Daarom besluit u een bezoek te brengen aan een witgoedhandelaar en koopt u, op aanbeveling van de verkoper, het allernieuwste model. Hoewel u in de winkel werd verteld dat u met deze verfijnde machine minstens zes jaar vooruit zou kunnen, geeft het apparaat er al na anderhalf jaar de brui aan. Een handige kennis vertelt dat het een defect aan de motor moet zijn. U neemt direct contact op met de klantenservice van de winkel. Een vriendelijke dame legt uit dat de fabrikant slechts 1 jaar garantie geeft op dit product. Zij wil gerust een monteur langs sturen, maar de reparatiekosten komen voor uw rekening.
U heeft het gevoel dat dit zo niet klopt en vraagt zich af of u verplicht bent om de reparatie zelf te betalen.

Wat zegt het recht?
In Nederland zijn er twee varianten van garantie. Ten eerste is er een basisregeling opgenomen in het Burgerlijk Wetboek. Ten tweede kan uit een koopovereenkomst aanvullende garantie voortvloeien. Een beroep op aanvullende garantie is voor u als consument vaak het meest aantrekkelijk. Daarom zal hieronder eerst de aanvullende garantie besproken worden.

Bij veel producten wordt er door de verkoper of fabrikant aanvullende garantie verstrekt. De bekendste vorm hiervan is ‘fabrieksgarantie’. Verkopers en fabrikanten zijn niet verplicht om aanvullende garantie aan te bieden. Het gaat hier dus eigenlijk om een extraatje.

Bij een defect aan een product is het verstandig om te controleren of er bij aankoop aanvullende garantie is verstrekt. Is dat het geval en is de garantietermijn nog niet verstreken, dan kunt u hier een beroep op doen. De fabrikant of verkoper is dan verplicht om het defect kosteloos te herstellen of het product te vervangen. Hij kan zich slechts van deze verplichting ontdoen door aan te tonen dat u het product verkeerd heeft gebruikt of dat het defect om een andere reden niet onder de garantie valt.

In het geval van de wasmachine is de termijn van de fabrieksgarantie al verstreken. Dat is jammer, maar de kous is daarmee nog niet af. Volgens het Burgerlijk Wetboek heeft u namelijk recht op een deugdelijk product. Voldoet een product niet aan de verwachtingen die u daarvan mocht hebben, dan is de verkoper verplicht om het gebrek te herstellen of het product te vervangen.

Heeft u het product voor privégebruik gekocht bij een professionele verkoper en ontstaat het defect binnen 6 maanden, dan staat in beginsel vast dat het product ondeugdelijk is. U heeft recht op kosteloos herstel of op vervanging, tenzij de verkoper kan aantonen dat het product door uw eigen toedoen is stukgegaan.
Als niet aan al de in de vorige alinea genoemde voorwaarden voldaan is, dan zult u zelf moeten aantonen dat het product ondeugdelijk is. In het geval van de wasmachine betekent dit dat u de verkoper duidelijk moet maken dat u het apparaat op een normale manier gebruikt en onderhouden heeft. Daarnaast moet u aangeven dat de wasmachine niet voldoet aan de verwachtingen die u daarvan mocht hebben. Een goede wasmachinemotor zou bij normaal gebruik langer mee moeten gaan dan anderhalf jaar. Daar komt bij dat de verkoper u heeft verteld dat u zeker zo’n 6 jaar plezier van het apparaat zou hebben.

Uit het bovenstaande blijkt dat de verkoper u een ondeugdelijk product heeft geleverd. U hoeft daarom niet zelf voor de reparatie te betalen. Het is raadzaam om nog eens contact op te nemen met de klantenservice van de winkel. Komt u er niet uit met de verkoper? Dan bent u natuurlijk van harte welkom op ons spreekuur.

Auteur: Bram de Vos

November 2013 – Gestraft worden door een crimefighter: in Nederland kan het!

Zo kunt u gestraft worden,terwijl er geen rechter bij uw zaak betrokken is geweest

Ook zonder dat u ooit een overtreding begaat of een misdrijf pleegt, kunt u op een dag verdacht worden van een strafbaar feit. Het enige dat hiervoor hoeft te gebeuren, is dat u op het verkeerde moment op de verkeerde plaats bent. Het is een geruststellende gedachte dat u onschuldig wordt geacht, totdat uw schuld wettig en overtuigend bewezen is. Hoopgevend is ook de gedachte dat het een onafhankelijke en onpartijdige rechter is die dit vast moet stellen voordat u gestraft kunt worden. Maar zijn deze gedachten wel juist, of kunt u in bepaalde gevallen ook door iemand anders dan de rechter schuldig bevonden en gestraft worden? Als u verder leest zult u antwoord op deze vraag krijgen.

Wat zegt het recht?
De meest wenselijke situatie in een rechtsstaat is dat niemand gestraft kan worden door iemand anders dan een rechter. Rechters in ons land hebben echter al jarenlang te maken met een zeer hoge werkdruk. Het gevolg daarvan is dat er niet voldoende tijd aan de grote hoeveelheid zaken besteed kan worden. Om de werkdruk van de rechters te verlichten, is er sinds het jaar 2008 een nieuwe wet in werking getreden. Deze wet maakt het mogelijk dat de Officier van Justitie (hierna: OvJ) zelf vaststelt of iemand een strafbaar feit gepleegd heeft. Ook kan hij hem hier vervolgens zelf voor straffen. Dit kan hij doen door een zogenoemde strafbeschikking uit te vaardigen. De verdachte ontvangt dan van de OvJ een bericht waarin staat dat hij schuldig wordt geacht aan een bepaald strafbaar feit en welke straf hij daarvoor krijgt. Zodoende is het in Nederland mogelijk om gestraft te worden, terwijl er geen enkele rechter bij de zaak betrokken is geweest.

Overtredingen en lichte misdrijven
Gelukkig zitten er grenzen aan deze bevoegdheid van de OvJ. Zo mag hij slechts straffen door middel van een strafbeschikking in geval van alle overtredingen (lichte strafbare feiten) en bij misdrijven (zware strafbare feiten) waar niet meer dan zes jaar gevangenisstraf op staat. Ook geldt dat met een strafbeschikking geen gevangenisstraf opgelegd mag worden. Dit neemt echter niet weg dat u voor een misdrijf als mishandeling een boete van 2000 euro van de OvJ kunt krijgen zonder dat hij u hierover zelfs maar gehoord heeft. Dit terwijl het goed zou kunnen dat u zichzelf verdedigde tegen een agressieveling en daarom in bepaalde gevallen helemaal niet gestraft zou horen te worden.

Verzet
Bij de totstandkoming van de wet die de strafbeschikking in het leven heeft geroepen, werd als eis gesteld dat iedere verdachte altijd de mogelijkheid moet houden om zijn zaak aan een rechter voor te leggen. Mocht u ooit een strafbeschikking ontvangen, dan kunt u dit doen door hiertegen binnen veertien dagen in verzet te komen. De strafrechter zal de zaak dan in zijn geheel opnieuw beoordelen. Komt u niet in verzet tegen de strafbeschikking, dan staat uw schuld daarmee vast. Net als wanneer u door een rechter veroordeeld bent, heeft u dan in veel gevallen een strafblad.

Wat te doen?
We gaan terug naar het voorbeeld waarin u zich verdedigt tegen de aanval van een agressief persoon. Vervolgens ontvangt u zelf een strafbeschikking waarmee u gestraft wordt voor mishandeling. Zelfs al bent u ervan overtuigd dat u onrecht wordt aangedaan, blijft het vaak een moeilijke keuze om wel of niet in verzet te gaan. Door de straf maar gewoon te accepteren bespaart u zich immers de tijd en energie die een strafproces kan vergen. Bij twijfel is het raadzaam om u hierover vooraf te laten adviseren.

Auteur: Gideon van Meijeren