December 2014 – Online verkoop: te vertrouwen?

Nederland heeft inmiddels zo’n 70.000 webwinkels. Denk niet alleen aan bol.com, marktplaats.nl maar ook aan supermarkten, kledingzaken en elektronicabedrijven. Bovendien zijn er veel websites en Facebookgroepen waarop particulieren tweedehands artikelen verkopen. Dit kan heel makkelijk zijn, maar is het ook betrouwbaar? Stel, u koopt een tweedehands pannenset op de Facebookgroep Second hand Nijmegen. U maakt geld over naar de verkoper en moet er dan op vertrouwen dat uw pannenset ook daadwerkelijk op de post wordt gedaan. Wat nu als u betaald heeft, maar daarna niks meer hoort van de verkoper? Misschien is het een misverstand en is het zo opgelost, maar het komt ook voor dat op deze manier mensen worden opgelicht.

Er zitten twee kanten aan dit probleem: allereerst is het niet leveren van de pannenset niet-nakoming van een koopovereenkomst, waarvoor u naar de burgerlijke rechter kunt stappen. Ten tweede kan het niet leveren van de pannenset onder omstandigheden ook oplichting zijn, wat strafbaar is.

Als een koopovereenkomst niet wordt nagekomen, omdat de verkoper de zaak niet wil of kan leveren, is het mogelijk om naar de burgerlijke rechter te gaan. Dit kan echter veel tijd, geld en moeite kosten, waardoor veel mensen dit niet zullen doen. Bovendien moet volgens het privaatrecht de verkoper een dagvaarding toegestuurd krijgen – en het is niet altijd even makkelijk om de verkoper te vinden.

Wat kan in zo’n situatie via de politie en de strafrechter bereikt worden? Allereerst is er een meldpunt internetoplichting, eenvoudig te vinden door deze term te googelen. Hier kan gecontroleerd worden of een verkoper niet als internetoplichter bekend staat. Ook kan aangifte worden gedaan van internetoplichting.

Voordat iemand voor oplichting veroordeeld kan worden, moet dit wel eerst bewezen worden. En dat is lastig: de wetgever verwacht voorzichtigheid van een koper. Daarom is niet zonder meer sprake van oplichting als iemand zich voordoet als welwillende verkoper, terwijl hij altijd al van plan was het betaalde geld te houden en de pannenset niet op te sturen. De opgelichte persoon moet daarom kunnen aantonen dat de verkoper actief heeft geprobeerd betrouwbaar over te komen. Heeft de kwaadwillende verkoper dusdanig veel moeite gestoken in het misleiden van de koper, dan zal het aantonen van oplichting makkelijker worden.

Het strafproces kent echter ook voordelen. De politie kan vaak met meer gemak achterhalen waar de verkoper woont. De strafrechter kan daarnaast de verkoper ertoe veroordelen om het betaalde geld terug te geven aan de opgelichte koper. Ook als de strafrechter dit niet doet, kan de veroordeling voor oplichting bij de burgerlijke rechter als bewijs dienen voor het niet-nakomen van de overeenkomst door de verkoper. Dat kan het terugkrijgen van het geld of het verkrijgen van de pannenset vergemakkelijken.

Aan de ene kant is het dus lastig om via de burgerlijke rechter de verkoper te dwingen tot levering van de gekochte zaak. Aan de andere kant is het ook lastig voor het Openbaar Ministerie om oplichting te bewijzen bij de strafrechter. Veelal zal een rechter bereid zijn om zo’n kwaadwillende online verkoper te veroordelen, maar hij zal dit niet doen zonder er voldoende van overtuigd te zijn dat de verkoper ook écht kwaadwillend was. Voorzichtigheid blijft dus geboden: controleer alle persoonsgegevens, controleer de verkoper via het Meldpunt Internetoplichting, haal de producten zelf op en betaal ter plekke bij het ophalen. Het kost wat extra moeite – maar dan heb je wel een pannenset om mee te koken.

Auteur: Koen Bakker

Maart 2014 – Bent u altijd verplicht om mee te werken aan onderzoek van de politie?

De Rechtswinkel adviseert:

In de late avonduren bent u in alle haast in de auto onderweg naar een verjaardag van een goede collega. Het verkeer gaat kruipend vooruit, en enigszins geïrriteerd ziet u in de verte dat er een alcoholonderzoek door de politie wordt uitgevoerd bij alle passerende automobilisten. Hier zit u natuurlijk niet op te wachten. Eenmaal bij de agenten aangekomen, geeft u aan veel haast te hebben en niet mee te willen werken aan het onderzoek. Nog voordat de agenten kunnen reageren, rijdt u weg.

U bent zich ervan bewust dat het niet de bedoeling is om zomaar weg te rijden bij een alcoholcontrole. Later realiseert u zich dat dit misschien nadelige gevolgen kan hebben. U begint zich zorgen te maken en vraagt zich het een en ander af. Bent u bijvoorbeeld altijd verplicht om mee te werken aan onderzoek van de politie?

Wat zegt het recht?

Allereerst dient duidelijk te worden gemaakt dat er verschillende handhavingsmethoden zijn. In het algemeen is er een onderscheid tussen toezicht, controle en opsporing. Op grond van het bestuursrecht wordt regelmatig toezicht gehouden door hiervoor wettelijk aangewezen toezichthouders. Het gaat dan om bestuursrechtelijke activiteiten die vooraf toezien op de naleving van de wet. Als uit het toezicht wordt geconcludeerd dat de wet onvoldoende of niet is nageleefd, kan worden opgetreden. Een bouwvergunning kan worden ingetrokken of een verleende subsidie moet worden teruggestort. Iedereen is wettelijk verplicht aan een toezichthouder medewerking te verlenen.

Bij de handhavingsmethoden controle en opsporing ligt het wat complexer. Deze twee bevoegdheden komen uit het strafrecht. Beide worden uitgevoerd door bevoegde opsporingsambtenaren. Strafrechtelijke controle ziet op het vooraf bezien of rechtsregels worden nageleefd. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een alcoholcontrole of een controle op fietsverlichting. Er is bij controle nog geen sprake van een concrete verdenking van een strafbaar feit. Belangrijk om te weten, is dat iedere burger, net als bij  bestuursrechtelijk toezicht, bij een dergelijke controle tot medewerking is verplicht. Het niet voldoen aan een ambtelijk bevel of vordering is dan ook strafbaar gesteld met een gevangenisstraf of geldboete.

Het verschil tussen controle en opsporing is zowel in de literatuur als in de  rechtspraak onduidelijk. Controle is een preventief handhavingsmiddel voor de overheid. Bij opsporing is er daarentegen vaak al sprake van een zekere verdenking van een bepaald persoon van een strafbaar feit. Een aanhouding is dan ook een mogelijk gevolg bij opsporing. Een verdachte is in beginsel niet verplicht om mee te werken aan het opsporingsonderzoek. In Nederland hoeft een verdachte namelijk niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Hij heeft het recht om te zwijgen. Wel moet een verdachte de toepassing van de bevoegdheden van de opsporingsambtenaar dulden, zoals het verrichten van onderzoek aan kleding.

Het onderscheid tussen controle- en opsporingsbevoegdheden is aldus doorslaggevend voor de vraag of medewerking moet worden verleend. Toch is het in geen geval verstandig medewerking te weigeren aan de politie. Waar u wellicht graag had gelezen dat u hard het gaspedaal mag indrukken bij het zien van een stop-teken, moet ik u teleurstellen. Zo is ook in het bovenstaande voorbeeld strafbaar gehandeld door geen gevolg te geven aan het ambtelijk bevel van een politieagent. Indien u meer wilt weten over dit onderwerp, komt u dan vooral eens langs bij de Rechtswinkel. Wij geven u graag persoonlijk advies en meer informatie.

Auteur: Irene Verrijt

November 2013 – Gestraft worden door een crimefighter: in Nederland kan het!

Zo kunt u gestraft worden,terwijl er geen rechter bij uw zaak betrokken is geweest

Ook zonder dat u ooit een overtreding begaat of een misdrijf pleegt, kunt u op een dag verdacht worden van een strafbaar feit. Het enige dat hiervoor hoeft te gebeuren, is dat u op het verkeerde moment op de verkeerde plaats bent. Het is een geruststellende gedachte dat u onschuldig wordt geacht, totdat uw schuld wettig en overtuigend bewezen is. Hoopgevend is ook de gedachte dat het een onafhankelijke en onpartijdige rechter is die dit vast moet stellen voordat u gestraft kunt worden. Maar zijn deze gedachten wel juist, of kunt u in bepaalde gevallen ook door iemand anders dan de rechter schuldig bevonden en gestraft worden? Als u verder leest zult u antwoord op deze vraag krijgen.

Wat zegt het recht?
De meest wenselijke situatie in een rechtsstaat is dat niemand gestraft kan worden door iemand anders dan een rechter. Rechters in ons land hebben echter al jarenlang te maken met een zeer hoge werkdruk. Het gevolg daarvan is dat er niet voldoende tijd aan de grote hoeveelheid zaken besteed kan worden. Om de werkdruk van de rechters te verlichten, is er sinds het jaar 2008 een nieuwe wet in werking getreden. Deze wet maakt het mogelijk dat de Officier van Justitie (hierna: OvJ) zelf vaststelt of iemand een strafbaar feit gepleegd heeft. Ook kan hij hem hier vervolgens zelf voor straffen. Dit kan hij doen door een zogenoemde strafbeschikking uit te vaardigen. De verdachte ontvangt dan van de OvJ een bericht waarin staat dat hij schuldig wordt geacht aan een bepaald strafbaar feit en welke straf hij daarvoor krijgt. Zodoende is het in Nederland mogelijk om gestraft te worden, terwijl er geen enkele rechter bij de zaak betrokken is geweest.

Overtredingen en lichte misdrijven
Gelukkig zitten er grenzen aan deze bevoegdheid van de OvJ. Zo mag hij slechts straffen door middel van een strafbeschikking in geval van alle overtredingen (lichte strafbare feiten) en bij misdrijven (zware strafbare feiten) waar niet meer dan zes jaar gevangenisstraf op staat. Ook geldt dat met een strafbeschikking geen gevangenisstraf opgelegd mag worden. Dit neemt echter niet weg dat u voor een misdrijf als mishandeling een boete van 2000 euro van de OvJ kunt krijgen zonder dat hij u hierover zelfs maar gehoord heeft. Dit terwijl het goed zou kunnen dat u zichzelf verdedigde tegen een agressieveling en daarom in bepaalde gevallen helemaal niet gestraft zou horen te worden.

Verzet
Bij de totstandkoming van de wet die de strafbeschikking in het leven heeft geroepen, werd als eis gesteld dat iedere verdachte altijd de mogelijkheid moet houden om zijn zaak aan een rechter voor te leggen. Mocht u ooit een strafbeschikking ontvangen, dan kunt u dit doen door hiertegen binnen veertien dagen in verzet te komen. De strafrechter zal de zaak dan in zijn geheel opnieuw beoordelen. Komt u niet in verzet tegen de strafbeschikking, dan staat uw schuld daarmee vast. Net als wanneer u door een rechter veroordeeld bent, heeft u dan in veel gevallen een strafblad.

Wat te doen?
We gaan terug naar het voorbeeld waarin u zich verdedigt tegen de aanval van een agressief persoon. Vervolgens ontvangt u zelf een strafbeschikking waarmee u gestraft wordt voor mishandeling. Zelfs al bent u ervan overtuigd dat u onrecht wordt aangedaan, blijft het vaak een moeilijke keuze om wel of niet in verzet te gaan. Door de straf maar gewoon te accepteren bespaart u zich immers de tijd en energie die een strafproces kan vergen. Bij twijfel is het raadzaam om u hierover vooraf te laten adviseren.

Auteur: Gideon van Meijeren