Februari 2016 – Een bron van ergenis; de tuin van de buren

De tuin van de buren kan veel irritatie veroorzaken. Takken blokkeren het (zon)licht met schaduw tot
gevolg en bergen bladeren hopen zich op in de tuin. Dit alles zonder dat u als buur kunt ingrijpen;
het is immers niet uw tuin, toch? Maar is dat wel echt zo? In dit artikel wordt behandeld welke
rechten u heeft met betrekking tot dergelijke overlast.

De hoofdregel met betrekking tot de toegestane afstand tussen de beplanting van de buren en uw erf is
vastgelegd in de wet. Voor bomen geldt dat het verboden is om bomen binnen twee meter van de grenslijn van andermans erf te hebben staan, te rekenen vanaf het midden van de voet van de boom. Voor heesters en heggen is dit een halve meter. Deze afstand kan echter anders zijn indien uw gemeente in de algemene plaatselijke verordening (APV) een kleinere afstand toestaat. U doet er verstandig aan om hierover bij uw gemeente te informeren. Daarnaast kan de afstand ook afwijken van de genoemde wettelijke regeling op basis van een plaatselijke gewoonte. Dit houdt kortweg in dat het in een bepaalde omgeving over het algemeen gebruikelijk en geaccepteerd is om beplantingen dichterbij de erfgrens te plaatsen. Van deze laatste uitzondering is overigens niet snel sprake.

Wanneer zich de situatie voordoet dat uw buren de beplantingen in de ‘verboden zone’ hebben staan en u hier hinder van ondervindt, kunt u de rechter in principe verzoeken om deze te (laten) verwijderen. In de regel kunt u dit verzoek zelf, dus zonder tussenkomst van een advocaat, indienen bij de kantonrechter. Dit kan overigens alleen wanneer de waarde van de boom inclusief de verwijdering daarvan onder de €25.000,- blijft. Zo niet, dan moet u naar de civiele rechter en is het inschakelen van een advocaat verplicht.

Voordat u dergelijke juridische stappen onderneemt, adviseren wij u om altijd eerst – per aangetekende
brief – uw buren te verzoeken om de boom binnen een bepaalde termijn te verwijderen. Let wel: u bent nooit bevoegd om de boom, heg of heester in het geheel zelf weg te halen. Doet u dit wel,
dan kunnen de buren u vervolgens aanspreken voor de schade. Dit noemt men het verbod op eigenrichting.

Er zijn omstandigheden waarbij het niet mogelijk is om verwijdering te vorderen aan de rechter. Dit is op de eerste plaats het geval wanneer de boom, heg of heester niet boven de scheidsmuur tussen de erven uitkomt, zoals bijvoorbeeld de schutting. De gedachtegang hierachter is dat u als buur pas hinder kunt ondervinden van de beplanting vanaf het moment dat deze boven de scheidsmuur uitkomt. Immers, een boom die niet hoger komt dan de schutting zal niet snel zorgen voor afval of schaduw. Verder kan het zijn dat de beplanting er al dusdanig lang staat, dat u als buur deze niet meer kan (laten) verwijderen. In de regel gaat het dan om een periode van twintig jaar. Dit wordt ook wel verjaring genoemd. Tot slot mag u geen misbruik van recht maken. Hier is sprake van als u bijvoorbeeld de beplanting wilt verwijderen terwijl uw overlast eigenlijk in verhouding heel gering is of in het geval dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om uw overlast te verhelpen, zoals het snoeien van de boom. Of sprake is van ‘misbruik van recht’ zal de rechter beoordelen door zowel uw belangen als die van de buren af te wegen.

Hoewel het onder omstandigheden wellicht niet mogelijk is om de gehele boom, heg of heester te (laten) verwijderen, is het wél toegestaan om takken die over de grens hangen of wortels die in uw grond schieten zelf weg te halen wanneer u daar hinder van ondervindt. Het is dan wel van belang dat u uw buren eerst per brief verzoekt om te snoeien, voordat u zelf tot actie overgaat. Uiteraard dient het wegsnijden en weghakken op een redelijke manier te gebeuren; u mag geen onherstelbare schade aan de beplanting veroorzaken. Wanneer u bijvoorbeeld de wortels dusdanig toetakelt dat de boom sterft, kunnen de buren u in een dergelijk geval aanspreken voor de schade. Het is daarnaast ook raadzaam om rekening te houden met het snoeiseizoen om grove schade aan de boom te voorkomen.

Al met al heeft u een aantal pijlen op de boog om tuinirritaties juridisch aan te pakken. Desalniettemin
adviseren wij u om eerst in overleg te treden met uw buren voordat u van deze mogelijkheden gebruik
maakt.

Heeft u vragen over de beplantingen van uw buren of andere juridische vragen? Komt u dan gerust naar ons spreekuur, zodat wij uw specifieke situatie kunnen beoordelen en u van advies kunnen voorzien.

Auteur: Lisa Versluis

Januari 2016 – De transitievergoeding

Als u ontslagen wordt door uw werkgever is er een grote kans dat uw inkomen plotseling vermindert. Dit kan tot vervelende situaties leiden. Per 1 juli 2015 geldt er een nieuw stelsel van ontslagvergoedingen in het arbeidsrecht. Hierbij is een nieuwe vergoeding geïntroduceerd: de transitievergoeding. Deze vergoeding is in het leven geroepen om de periode tussen de ene en de andere baan op financieel vlak te kunnen overbruggen. In dit artikel wordt uiteengezet wanneer u recht heeft op een transitievergoeding en op welke manier de hoogte van de vergoeding wordt berekend.

Bij een onvrijwillig einde van een arbeidsovereenkomst vóór 1 juli 2015 kon de werknemer ook recht hebben op een vergoeding. Deze werd berekend met behulp van de kantonrechtersformule. Deze formule was erg ingewikkeld en bracht daarom weinig rechtszekerheid met zich. Om het systeem overzichtelijker te maken en de werknemer meer rechtszekerheid te bieden, heeft men de transitievergoeding in het leven geroepen.

In beginsel heeft iedere werknemer na 24 maanden dienstverband recht op een transitievergoeding bij een onvrijwillig einde van zijn arbeidsovereenkomst. Bij de berekening van de totale duur worden opeenvolgende arbeidsovereenkomsten, voor zover er minder dan zes maanden tussen zat, opgeteld. Er zijn verschillende gevallen waarbij gesproken kan worden van een onvrijwillig einde van de arbeidsovereenkomst. Er is bijvoorbeeld sprake van een onvrijwillig einde van de arbeidsovereenkomst als het initiatief hiertoe bij de werkgever ligt, zoals wanneer de rechter de arbeidsovereenkomst heeft ontbonden of de werkgever een ontslagvergunning heeft gekregen van het UWV. Ook het geval waarin u een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd heeft die niet wordt verlengd, geldt als beëindiging op initiatief van de werkgever. Ook in dit geval kunt u recht hebben op een transitievergoeding.

Er is ook sprake van een onvrijwillig einde als het initiatief bij de werknemer lag als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Het gaat dan bijvoorbeeld om het ontstaan van een onwerkbare situatie als gevolg van onbehoorlijk seksueel gedrag van de werkgever, discriminatie of in het geval de werkgever geen gevolg geeft aan zijn reïntegratieverplichtingen na ziekte. Op een spreekuur kunnen wij u helpen beoordelen of uw werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten. Hiervan is echter niet snel sprake.

Belangrijk om te weten is dat u geen recht heeft op deze vergoeding in het geval dat u zelf ontslag neemt of bij ontslag met wederzijds goedvinden. Wel kunt u bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden in overleg met uw werkgever een andere vergoeding afspreken. Ook heeft u geen recht op een transitievergoeding als er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten aan uw kant, dus aan de kant van de werknemer. Dit is bijvoorbeeld het geval als u rechtsgeldig op staande voet bent ontslagen.
Er zijn verschillende uitzonderingen op deze regels. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat er in uw cao een andere regeling omtrent de ontslagvergoeding is afgesproken. U heeft in dat geval recht op de bij cao vastgestelde vergoeding in plaats van de transitievergoeding. Daarnaast zijn verschillende groepen werknemers en werkgevers uitgezonderd, zoals jonge werknemers, oude werknemers en kleine werkgevers met financiële problemen. Op een spreekuur kunnen wij voor u nagaan of u recht heeft op een transitievergoeding.

De hoogte van de transitievergoeding hangt af van het aantal termijnen dat u in dienst bent geweest bij uw werkgever. Eén termijn is een volledige periode van zes maanden waarbij u in dienst bent geweest. De transitievergoeding bedraagt een bepaald deel van uw loon per maand per termijn. Wij kunnen u hieromtrent op een spreekuur nader helpen.

Auteur: Anne Claessen

November 2015 – Waarom de Rechtswinkel is verhuisd

Na 36 jaar trouwe dienst in het pand aan de Daalseweg is de Rechtswinkel verhuisd naar het Stip Oost aan de Elzenstraat. Een Stip is een steun- en informatiepunt voor buurtbewoners. De Stips in Nijmegen zijn opgericht in het kader van de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning die op 1 januari 2015 in werking is getreden. Wat betekent deze nieuwe wet en de oprichting van de Stips voor de buurtbewoners en hun informatie voorziening?

De Nederlandse samenleving kent een breed scala aan vrijwillige dienstverlening. De overheid koestert deze maatschappelijke betrokkenheid maar ziet ruimte voor verbetering in het kader van efficiëntie. De nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning biedt een oplossing. De regelgeving geeft de gemeenten de opdracht de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor buurtbewoners te bevorderen en te centreren. Nijmegen geeft hier gehoor aan door het oprichten van Stips.

De Stips zijn er voor informatie en advies: bijvoorbeeld als men vragen heeft over een brief van een instelling of hulp nodig heeft bij het invullen van een formulier. Beroepskrachten van
zorg- en welzijnsorganisaties, de gemeente en de bewoners van een buurt werken er samen. Het Stip Oost is daarnaast een plek voor ontmoeting en verbinding. U kunt er informatie krijgen over activiteiten en cursussen in de wijk of u kunt meedenken over de behoeftes van de buurt. In het Stip Oost is ook een Sociaal Wijkteam aanwezig voor praktische oplossingen voor problemen rond ziekte en beperking, zelfstandig wonen en voorzieningen.

Wat betekent dit voor de Rechtswinkel? De Rechtswinkel deelde het pand aan de Daalseweg met de Wijkwinkel. De Wijkwinkel is opgegaan in het Stip. De Rechtwinkel blijft als autonome stichting bestaan en draait vanaf heden haar spreekuren in het pand van het Stip. De tijden van de spreekuren zijn ongewijzigd: op maandag en woensdag van 19:00 tot 20:00 en op zaterdag van 10:30 tot 12:00. Tijdens de spreekuren van de Rechtswinkel is het Stip gesloten.

De bewoners van Nijmegen-Oost kunnen dus vanaf heden met al hun sociale én juridische vraagstukken terecht aan de Elzenstraat 4!

Auteur: Merel Ritsma

Oktober 2015 – Laat je niet uitmelken!

De Rechtswinkel adviseert:
Huisbazen, ze zijn er in alle soorten en maten. De een staat dag en nacht klaar voor zijn huurders terwijl de ander onbereikbaar is en weigert ook maar iets te doen. Deze laatste situatie is erg vervelend. Denk bijvoorbeeld aan de kapotte dakgoot of de cv-ketel die niet meer werkt en die
de verhuurder niet komt repareren. Als goed huurder verwacht je dat de verhuurder toch ook zijn verplichtingen nakomt!? In hoeverre is uw verhuurder verplicht dergelijke gebreken te herstellen en hoe kunt u optreden tegen een verhuurder die dit weigert?

Een gebrek is een eigenschap van de gehuurde ruimte, waardoor deze ruimte niet het woongenot kan verschaffen dat u bij het aangaan van de huurovereenkomst had mogen verwachten.
Denkt u bijvoorbeeld aan een deur die niet goed sluit. De verhuurder is verplicht deze te verhelpen tenzij u de gebreken zelf heeft veroorzaakt of als het gaat om de kleine herstellingen. Kleine herstellingen moet u zelf verrichten en hiervoor bent u als huurder zelf aansprakelijk. In het
Besluit kleine herstellingen is neergelegd om welke herstellingen het gaat. Voorbeelden hiervan zijn het schoonhouden van goten en regenafvoeren, het witten van binnenmuren en het schoonhouden van het woongedeelte.

Indien uw verhuurder inderdaad degene is die het gebrek moet herstellen, is het allereerst noodzakelijk contact op te nemen met de verhuurder. U kunt dit doen door een (aangetekende) brief te sturen en daarin te laten weten welke gebreken er zijn aan de gehuurde ruimte. Daarnaast moet u in de brief de verhuurder een redelijke termijn stellen. Gedurende deze termijn heeft de verhuurder de tijd om het gebrek te herstellen. Per gebrek kan het verschillen hoe lang deze redelijke termijn moet zijn. Een termijn van ten minste zes weken is de meeste gevallen redelijk. Verder moet in uw brief staan om welke gehuurde ruimte het gaat en op welke datum u de brief verstuurt. Als u een dergelijke brief opstelt, kunnen wij hem op een spreekuur desgewenst eerst even voor u nakijken.

Indien uw verhuurder na de door u gestelde redelijke termijn de gebreken nog niet heeft verholpen, bestaan er verschillende opties om de verhuurder te dwingen het onderhoud uit te voeren. Allereerst zou u een klacht kunnen indienen bij de gemeente Nijmegen. Dit kan via het Digitale Loket.
Daarnaast kunt u bij de Huurcommissie een verzoek doen tot tijdelijke huurverlaging. Voor het behandelen van dit verzoek heeft de Huurcommissie kopieën nodig van de door u opgestelde
brief aan de verhuurder en van het huurcontract.
Verder zou u als huurder de gebreken zelf kunnen verhelpen en de daarvoor gemaakte kosten kunnen terugvragen aan de verhuurder. U kunt deze kosten ook in mindering van de huurprijs brengen. De kosten dienen wel redelijk te zijn.
Ook kunt u het betalen van uw huur opschorten tot de verhuurder aan zijn verplichting heeft voldaan. Als de verhuurder de gebreken heeft hersteld, dient u vervolgens de opgeschorte, nog
niet betaalde huur alsnog te betalen.
Als laatste redmiddel zou u een procedure kunnen starten bij de rechter, die de verhuurder kan dwingen de gebreken te herstellen.

Bedenk wel dat bovengenoemde opties pas mogelijk zijn als u de verhuurder schriftelijk op de hoogte heeft gebracht van de gebreken, een redelijke termijn heeft gesteld en de gebreken vervolgens nog niet zijn hersteld.

Heeft u vragen over het herstellen van gebreken bij uw gehuurde ruimte of weigert de verhuurder in actie te komen? Komt u dan gerust langs op een van onze spreekuren!

Auteur: Hilde Cornelese

September 2015 – Een oneerlijk concurrentiebeding


De Rechtswinkel adviseert:
Werkgevers nemen vaak een concurrentiebeding op in arbeidsovereenkomsten. Met een concurrentiebeding spreken werkgever en werknemer af dat de werknemer na zijn uitdiensttreding gedurende een bepaalde tijd en in een bepaald gebied geen gelijksoortige activiteiten mag verrichten. Het doel hiervan is dat de werknemer na beëindiging van het arbeidscontract geen concurrentie gaat vormen voor de (voormalig) werkgever. Met de nieuwe Wet Werk en Zekerheid is het een en ander veranderd en zijn de eisen voor het concurrentiebeding strenger geworden.

Oud recht
Onder het oude recht – vóór 1 januari 2015 – waren de enige vereisten voor een rechtsgeldig concurrentiebeding dat het (1) schriftelijk overeengekomen diende te worden met (2) een meerderjarige werknemer. Van belang is dat de werknemer niet onredelijk veel nadeel ondervindt van het beding, bijvoorbeeld doordat de looptijd te lang is. Een onredelijk beding kan door de rechter geheel of gedeeltelijk worden vernietigd, wat wil zeggen dat het beding (gedeeltelijk) buiten werking wordt gesteld.

Wet Werk en Zekerheid
Met de nieuwe Wet Werk en Zekerheid geldt de regeling zoals die er onder het oude recht was nog steeds, maar met een belangrijke toevoeging. Concurrentiebedingen kunnen nog altijd rechtsgeldig worden opgenomen in arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd. Voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (bijvoorbeeld voor een jaar of zes maanden) geldt echter iets nieuws: daarin mag het concurrentiebeding enkel nog worden opgenomen als sprake is van ‘zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen’ (zie hieronder). De noodzaak van een concurrentiebeding bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd moet door de werkgever schriftelijk worden gemotiveerd en (eventueel in een bijlage) worden opgenomen in de arbeidsovereenkomst. Zonder die motivatie is het concurrentiebeding niet rechtsgeldig, wat betekent dat de werkgever er geen rechten aan kan ontlenen.

‘Zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen’
Belangrijk bij de vraag of een concurrentiebeding rechtsgeldig is opgenomen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, is wanneer sprake is van ‘zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen’. De rechter moet per geval bekijken of hiervan sprake is. Zo kan het bijvoorbeeld gaan om belangrijke en vertrouwelijke bedrijfsinformatie. Er zijn tot op heden nog weinig rechterlijke uitspraken gedaan. Zeker is in ieder geval dat de rechter niet snel aanneemt dat sprake is van zo een ‘zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang’ en zowel het belang van de werkgever als diens motivatie zeer zwaar toetst. De achterliggende reden hiervoor is dat een niet noodzakelijk concurrentiebeding een werknemer te veel belemmert in zijn werkmogelijkheden na het beëindigen van zijn dienstverband.

Eerder gesloten arbeidsovereenkomsten
Voor arbeidsovereenkomsten die zijn aangegaan vóór 1 januari 2015 geldt nog steeds het oude recht. De nieuwe eis van de Wet Werk en Zekerheid geldt daarvoor dus niet. Wel gaat die eis een rol spelen als een eerder gesloten overeenkomst voor bepaalde tijd wordt verlengd, omdat dan sprake is van een geheel nieuwe overeenkomst.

Twijfelt u of u een in uw arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentiebeding moet ondertekenen? Kom vooral langs op één van onze spreekuren en vraag ons om advies.

Auteur: Wilke Swinkels

Juni 2015 – De rechten van de patiënt


De Rechtswinkel adviseert:
Dat je gezondheid je grootste goed is, is een bekende zegswijze. En zo is het maar net, nietwaar? Een gezond leven willen we allemaal. Helaas lukt dat niet altijd en voor iedereen komt vroeg of laat dan ook het moment dat medisch ingrijpen niet meer te vermijden is. Uiteraard levert dit veel spanning en vragen op over de behandeling zelf, maar mogelijk ook over uw rechten als patiënt. Dan is het fijn om te weten dat ons recht patiënten goed beschermt. Op basis van de behandelovereenkomst die u als patiënt met de zorginstelling of de hulpverlener aangaat, heeft u veel rechten. Van enkele bespreek ik hieronder de hoofdlijnen.

Allereerst heeft u, als patiënt, recht op goede zorg. Elke medicus heeft namelijk de plicht om als goed hulpverlener zorg te bieden. Dat houdt in dat hij u moet helpen volgens de geldende regels in de beroepsgroep. Als de arts niet als goed hulpverlener handelt, dan is hij, of de zorginstelling, aansprakelijk.

Ten tweede heeft u recht op informatie over de behandeling op een manier die u kunt begrijpen. De hulpverlener moet controleren of u de informatie ook daadwerkelijk heeft begrepen. De informatie die hij u moet geven moet in het bijzonder gaan over het soort behandeling, eventuele alternatieven, de risico’s en de prognose. Daarnaast heeft u het recht om te worden geïnformeerd over gemaakte fouten. Omdat u voor elke behandeling toestemming moet geven, is het recht op informatie een heel belangrijk recht. Het is echter wel zo dat de arts er in het belang van de behandeling voor mag kiezen om bepaalde informatie (nog) niet te delen als dat volgens hem beter is voor u. Ook mag u weigeren om informatie te ontvangen.

Hierboven kwam het derde recht al even aan de orde: een arts mag u alleen behandelen als u toestemming geeft. Soms mag de arts die toestemming echter veronderstellen. Dat is bijvoorbeeld zo als de patiënt bewusteloos wordt binnengebracht. Het recht om toestemming te geven houdt ook in dat u behandeling mag weigeren. Als u dat wilt, is het verstandig om daarover een schriftelijke verklaring op te stellen en die bij u te dragen en aan uw (huis)arts en familie te geven.

Het vierde recht van een patiënt is het beroepsgeheim van de arts. Dat klinkt wat bijzonder, maar het beroepsgeheim van een arts is gebaseerd op het recht van de patiënt dat zijn geheim wordt bewaard. Dingen die u aan een arts vertelt, moet hij geheim houden. Dit heet de zwijgplicht. Hij mag de informatie alleen delen met zijn collega’s als dat voor uw behandeling nodig is. Hij hoeft er niet over te getuigen in een eventuele rechtszaak.

Tot slot heeft u als patiënt recht op privacy. Dat gaat zowel om uw medische dossier als in het ziekenhuis zelf. U mag bijvoorbeeld zelf altijd uw dossier inzien, maar verder moet dat goed beschermd worden. Wanneer u op een zaal ligt moet het ziekenhuis bij privacygevoelige handelingen of gesprekken ervoor zorgen dat uw privacy gewaarborgd is.

Tot zover uw rechten. Wat zijn nu uw plichten? De wet noemt er twee: u moet de hulpverlener betalen en u moet hem eerlijk informatie geven. Een plicht om de hulpverlener te informeren houdt verband met zijn plicht om u goed te helpen. Dit kan hij alleen doen als hij weet wat er met u aan de hand is.

Heeft u vragen over de toepassing van patiëntenrechten in uw situatie of wilt u weten wat u kunt doen bij schending van uw patiëntenrechten? Kom dan langs op een van onze spreekuren!

Auteur: Wouter de Vries

Mei 2015 – Bescherming van de zieke werknemer

Mei 2015 – Bescherming van de zieke werknemer


De Rechtswinkel adviseert:
Stel, u bent op uw werk en alles gaat zoals gebruikelijk tot u plotseling uw knie ernstig verdraait. Omdat u fysiek werk verricht kunt u zich niet of niet meer zo goed als voorheen inzetten op de werkvloer. Nu u thuis op de bank ligt, vraagt u zich af óf en in hoeverre u recht heeft op loon. U kunt immers uw werk niet meer naar behoren uitvoeren en een van de hoofdregels in het arbeidsrecht is; ‘geen werk, geen loon’. De wetgever beschermt de werknemer in een dergelijke situatie om te voorkomen dat de werknemer een periode geen inkomen heeft. Hoe deze bescherming in de wet is vastgelegd, is in hoofdlijnen als volgt te omschrijven.

De werknemer heeft bij ziekte recht op loondoorbetaling van de werkgever. Deze verplichting is er voor de duur van twee jaar en bedraagt 70% van het loon. Er kan bij cao afgeweken worden van deze 70% regel. Afhankelijk van onder welke cao een werknemer valt kan de loondoorbetaling bijvoorbeeld het eerste jaar aangevuld worden tot 100%. Als ‘loon’ dient te worden beschouwd het gemiddelde loon dat de werknemer, wanneer hij niet verhinderd was geweest, gedurende de ziekteperiode had kunnen verdienen. Deze loondoorbetaling door de werkgever is overigens anders dan de uitkering die men ontvangt van de overheid ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Men maakt in beginsel pas aanspraak op deze uitkering als de twee jaar van de doorbetalingsverplichting van de werkgever verstreken zijn en er nog steeds sprake is van arbeidsongeschiktheid bij de werknemer.

Naast de verplichting om het loon door te betalen moet de werkgever gedurende deze periode de zieke werknemer in staat stellen om zijn werkzaamheden, waar mogelijk, te hervatten. Deze zogenaamde re-integratieplicht is er voor zowel de werkgever als de werknemer. De werknemer is namelijk verplicht mee te werken aan een spoedig herstel om zo snel mogelijk weer aan het werk te kunnen gaan. Het is voor de werknemer van groot belang dat hij meewerkt aan de re-integratie: het recht op doorbetaling van het loon kan namelijk vervallen als de werknemer dit niet of onvoldoende doet. Daarnaast geldt er een ontslagverbod tijdens de ziekteperiode. Een werkgever mag een werknemer niet ontslaan tijdens de ziekteperiode. Er zijn uitzonderingen waardoor het ontslagverbod niet geldt. Werkt de werknemer niet mee met de re-integratieplicht dan geldt dit ontslagverbod bijvoorbeeld niet.

In beginsel is dus de werkgever verplicht het loon door te betalen. Er zijn enkele uitzonderingen opgenomen in de wet waarbij de overheid een uitkering geeft aan werknemers. Bij een uitzendovereenkomst kan hier sprake van zijn. Als u, zoals in de introductie, uw knie verdraait en een uitzendovereenkomst bent aangegaan kan deze automatisch eindigen afhankelijk van de soort uitzendovereenkomst. Omdat u in dit geval geen werkgever meer heeft die uw loon doorbetaalt, heeft u recht op een uitkering uit de Ziektewet tot maximaal twee jaar. Deze uitkering bedraagt in beginsel 70% van het gemiddelde loon over het voorgaande jaar. De Ziektewet is zodoende een vangnet voor o.a. werknemers die arbeidsongeschikt raken en het loon niet van de werkgever doorbetaald krijgen.

Er zijn nog meer uitzonderingen en voorbeelden denkbaar wanneer iemand ziek wordt en niet meer kan werken. Omdat er voor elk geval verschillende uitzonderingen van toepassing kunnen zijn, helpen wij u graag tijdens een van onze spreekuren. Heeft u nog vragen over ziekte in relatie tot uw werk en loon, kom dan gerust eens langs.

Auteur: Luuk Hendriks

April 2015 – Bonje met de buren


April 2015 – Bonje met de buren

”Ik trek dit echt niet langer! Ik kan toch niet werken, als hij die muziek keihard heeft staan! Wanneer stopt die rothond eens met blaffen?!” Herkent u situaties waarin u dergelijke uitspraken doet of wilt doen over uw buren? Geluidsoverlast, stankoverlast, overhangende takken, verminderde privacy of verminderde lichtinval zijn voorbeelden van burenhinder waarmee u te maken kunt krijgen. In het dichtbevolkte Nederland zult u veel vormen van burenhinder moeten dulden, zeker wanneer u in de stad woont. Dit geldt echter niet altijd. In welke gevallen kunt u iets aan burenhinder doen en hoe doet u dit?

Als eigenaar van een erf is het verboden om onrechtmatig hinder toe te brengen aan eigenaren van aangrenzende en nabije erven. Bij hinder dient u vooral te denken aan het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen of het onthouden van licht of lucht.

Wanneer uw buren onrechtmatige hinder veroorzaken, hoeft u dit niet te dulden en kunt u actie ondernemen. Maar wanneer is er sprake van onrechtmatige hinder? Dit hangt van een aantal criteria af. Het eerste criterium is de aard van de hinder. Dit kan bijvoorbeeld geluidsoverlast of verminderde lichtinval zijn, waarbij de eerste in het algemeen bezwaarlijker wordt geacht dan de tweede. Het tweede criterium is dat de hinder voldoende ernstig dient te zijn. Iedereen heeft een zekere tolerantieplicht en het moet dan ook om hoogst storende hinder gaan. Daarnaast wordt naar de duur van de hinder gekeken. Aan te nemen is dat hinder die (eventueel met tussenpozen) relatief lang duurt, eerder als onrechtmatig is aan te merken dan hinder die relatief kort duurt. Een ander criterium is de toegebrachte schade. Het kan zowel om de omvang van de schade als om de aard van de schade gaan, zoals letselschade, zaakschade en vermogensschade. Ten slotte wordt naar de individuele omstandigheden gekeken, waarbij onder andere het belang van de veroorzaker van de hinder wordt afgewogen tegen het belang van u.

Wat kunt u tegen onrechtmatige hinder doen? Om een goede verstandhouding met uw buren te behouden, is het raadzaam om met hen in gesprek te gaan. Leg uit welke overlast u ondervindt en kom met oplossingen. Indien u er samen niet uitkomt, kunt u buurtbemiddeling overwegen. Buurtbemiddeling wordt verzorgd door vrijwilligers die erin getraind zijn om conflicten op te lossen tussen buren. Tevens kunt u uw wijkagent inschakelen die u van advies kan voorzien of een extra oogje in het zeil kan houden. De wijkagent zal ook als bemiddelaar optreden tussen u en uw buren. Het telefoonnummer van uw wijkagent kunt u via de website van de politie raadplegen. De laatste stap is het inschakelen van de politie of een gang naar de rechter. De politie treedt slechts dan op wanneer er sprake is van een strafbaar feit of als de openbare orde wordt verstoord. De hinder dient derhalve zowel constateerbaar te zijn als ernstig van aard. Indien u ervoor kiest om uw buren voor de rechter te dagen, moet het wel om ernstige hinder gaan. Bovendien moet u de hinder kunnen bewijzen. Om bij te dragen aan het bewijsmateriaal kunt u een dagboek bijhouden. Dit is echter zeer subjectief, waardoor het belangrijk is ook ander bewijs te bewaren, zoals opgemaakte processen-verbaal van de politie.

Heeft u vragen over burenhinder of andere juridische vragen? Komt u dan gerust naar ons spreekuur, zodat wij uw specifieke situatie kunnen beoordelen en u van advies kunnen voorzien.

Auteur: Romy Ruijs

September 2014 – Ontslag, hoe werkt dat?

De Rechtswinkel adviseert:

Stel u werkt al een groot aantal jaren voor uw huidige werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Vanwege financiële redenen vindt binnenkort een reorganisatie plaats. Uw werkgever wil u daarom ontslaan, maar heeft nog niet aangegeven hoe hij dit gaat doen. U vraagt zich af wat de meest gebruikelijke mogelijkheden van ontslag zijn. In dit artikel zullen kort de mogelijkheden tot ontslag de revue passeren, namelijk ontslag via het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (hierna: UWV) en via de kantonrechter.

Ontslag via het UWV
Wanneer u werkt op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is het lastig voor uw werkgever u zomaar te ontslaan. Uit het Burgerlijk Wetboek volgt dat een dergelijke overeenkomst moet worden beëindigd door voorafgaande opzegging. De mogelijkheid tot opzegging dient echter, op grond van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945, door het UWV te worden verleend. Uw werkgever moet daarvoor een ontslagvergunning voor u aanvragen bij het UWV, wanneer hij u via deze weg wil ontslaan. Uw werkgever dient bij de aanvraag de redenen voor ontslag te onderbouwen. Bij een reorganisatie zal uw werkgever over het algemeen bedrijfseconomische redenen aandragen voor uw ontslag. Het UWV zal vervolgens toetsen of de ontslagaanvraag redelijk is. Binnen zes weken volgt het oordeel over de aanvraag. In het geval dat het UWV de ontslagaanvraag accepteert en de vergunning verleent, kunt u als werknemer in verweer en zal het UWV haar eerdere oordeel (her)overwegen. Als vervolgens definitief een ontslagvergunning door het UWV wordt verleend, moet uw werkgever binnen acht weken de arbeidsovereenkomst opzeggen anders vervalt de vergunning. Daarbij dient hij echter wel rekening te houden met de voor u van toepassing zijnde opzegtermijn. Voorts mag de werkgever niet opzeggen indien dit in strijd is met één van de opzegverboden uit het Burgerlijk Wetboek, zoals bijvoorbeeld bij een zwangerschap of tijdens de eerste twee jaar ziekte van de werknemer. Het UWV kijkt namelijk niet naar de opzegverboden bij de beoordeling van de vergunningaanvraag, de werkgever moet er desalniettemin rekening mee houden.

Ontslag via de kantonrechter
Wanneer uw werkgever geen ontslagvergunning heeft verkregen voor uw ontslag, kan hij naar de kantonrechter stappen om de arbeidsovereenkomst te laten ontbinden. Uw werkgever dient daarvoor een verzoekschrift in bij de kantonrechter. In het verzoekschrift moet uw werkgever gemotiveerd aangeven waarom uw ontslag gewenst is. De kantonrechter zal echter alleen wegens gewichtige redenen de arbeidsovereenkomst kunnen ontbinden. Als werknemer krijgt u vervolgens de mogelijkheid om op het verzoekschrift van de werkgever te reageren. Dit doet u door middel van een verweerschrift. Vaak zal daarna een mondelinge behandeling plaatsvinden waar u ter plekke bij de rechter uw verweer kunt verwoorden. De kantonrechter doet (over het algemeen) binnen drie weken uitspraak. Indien de kantonrechter van oordeel is dat het contract dient te worden ontbonden, kan hij een ontslagvergoeding aan u toewijzen. De hoogte van de vergoeding wordt vastgesteld aan de hand van de kantonrechtersformule. Daarbij zijn de volgende omstandigheden van belang: duur van het dienstverband, leeftijd van de werknemer, brutosalaris van de werknemer en verwijtbaarheid van de werknemer met betrekking tot het ontslag.

Auteur: Jamie Pellegrom

Juni 2014 – De grote valkuil bij (ver)bouwwerkzaamheden

De Rechtswinkel adviseert:

De zomer is alweer in zicht en u heeft zin om de handen uit de mouwen te steken. Dit is voor u het ideale moment om de gedroomde uitbouw te realiseren. De uitbouw moet een mooi uitzicht op de tuin geven, waarin u van plan bent een grote boom te plaatsen. Herkent u dit? Grootse plannen om te verbouwen, maar niet weten of dit wel mag? Te allen tijde wilt u voorkomen dat u bouwt, sloopt of verbouwt, terwijl dit eigenlijk niet is toegestaan. Onder welke omstandigheden heeft u nu een vergunning nodig van de gemeente en wanneer staat het u vrij zonder vergunning te slopen, bouwen en verbouwen?

Wat zegt het recht?
Een omgevingsvergunning is in veel gevallen nodig als u wilt slopen, bouwen of verbouwen. Soms kunt u dit vergunningsvrij doen, bijvoorbeeld bij simpel onderhoud of een kleine verbouwing aan uw huis. Via de gemeente kunt u achterhalen of u vergunningsvrij kunt bouwen, maar u dient altijd te controleren of uw plannen niet in strijd zijn met andere regels, zoals die van het burenrecht. Zo is het van belang om bij bouw- en verbouw plannen aan de watergrens, ook als er geen vergunning nodig is, contact op te nemen met het Waterschap in uw buurt. Het Waterschap moet u namelijk toestemming geven hiervoor.

Ook voor sloopwerkzaamheden heeft u wellicht een vergunning nodig. Denkt u hierbij eens aan het kappen van een boom. Dit is niet zo voor de hand liggend, maar mede daarom is het goed om altijd te controleren wanneer wel of niet een vergunning om te mogen slopen nodig is. Als u verwacht veel afval over te hebben door sloopwerkzaamheden zal u dit bij de gemeente moeten melden. In sommige gevallen is er dus naast de eventuele vergunning ook een meldplicht.

Voor de bouw- en verbouwplannen heeft u in veel gevallen een vergunning nodig, maar hoe gaat dit in zijn werk? U verzamelt allereerst alle informatie over de plannen en dient de aanvraag voor de vergunning in bij de bevoegde instantie. Vaak is dit de gemeente, maar dit kan ook een andere instantie zijn. Indien u een reguliere aanvraag heeft ingediend, zal u binnen acht weken een beschikking ontvangen met de beslissing op uw aanvraag. Bij complexere zaken waarbij het risico op schade aan de omgeving hoog is, kan dit tot wel zes maanden duren. U kunt in beide procedures gevraagd worden om een aanvulling van de gegevens in te dienen. Daarnaast kunt u bij de uitgebreide procedure gevraagd worden om een zienswijze in te dienen, dit is een schriftelijke reactie op de tussentijdse beschikking die u ontvangt (het ontwerpbesluit).

De beslissing die wordt genomen over uw vergunningsaanvraag, heet een beschikking. De situatie kan zich voordoen dat uw vergunningsaanvraag (deels) is afgewezen. Hier kunt u bezwaar of beroep tegen aantekenen. In de meeste gevallen kunt u bezwaar aantekenen bij de instantie die de beslissing heeft genomen waar u het niet mee eens bent. Hierna kunt u nog in beroep bij de rechtbank en vervolgens zelfs in hoger beroep. Vaak kunt u in alle andere gevallen na het ontvangen van de beschikking in beroep en hoger beroep.

U doet er goed aan om voordat u gaat bouwen, slopen of verbouwen te controleren of een vergunning nodig is. Hiernaast kunt u bij de bevoegde instantie opvragen welke regels gelden voor uw specifieke geval. Indien u bezwaar of beroep aan wilt tekenen, is het raadzaam hier hulp bij vragen. Let erop dat u dit binnen de gestelde termijn doet, dan kunt u hopelijk snel genieten van de mooie bouw- of verbouwplannen!

Auteur: Irene van Schijndel