Dronken op de fiets? Zo word je juridisch toch nog beschermd.

Het is avond en je komt terug van een feestje in het centrum. Met het alcoholpromillage ruim boven de maximaal toegestane waarde voor verkeersdeelnemers (0,5), stap je op je fiets en begin je aan de tocht naar huis. In de verte zie je een stoplicht dat op oranje staat en denkt: ik kan nog mooi doorfietsen. Je hebt echter niet door dat het stoplicht alweer op rood staat voordat je aan de oversteek begint omdat je nogal dronken bent. Het gebrek aan oplettendheid kent geen grenzen. Je hebt namelijk ook niet door dat er een automobilist (Lucas) recht op je af rijdt. Lucas zit zelf op zijn telefoon waardoor hij jou niet op tijd ziet aankomen. Lucas kan je niet meer ontwijken waardoor hij je aanrijdt. De schade is groot. Je belandt in het ziekenhuis met enkele gebroken ledematen en de auto van Lucas is flink beschadigd. Wie moet deze schade vergoeden?

‘Ik heb niets fout gedaan!’

Hiervoor is het van belang om te bepalen wie er verantwoordelijk is voor het ongeval. Je zou kunnen zeggen dat het ongeval vooral jouw eigen schuld is. Jij fietste tenslotte door rood en bovendien was je onder invloed van alcohol. Niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemers worden echter beschermd in de wet. Daarom neemt de wet als uitgangspunt dat automobilist Lucas verantwoordelijk is voor het ongeval, tenzij hij het tegendeel bewijst. Dit wordt ook wel een ‘bewijsvermoeden’ genoemd.

Lucas kan het bewijsvermoeden weerleggen door zich te beroepen op ‘overmacht’. Het is echter niet eenvoudig om overmacht te bewijzen. Daarvan is immers pas sprake indien Lucas geen enkel verwijt kan worden gemaakt. Het ongeval moet dus enkel aan jouw fouten te wijten zijn. Die fouten moeten voor Lucas bovendien zo onwaarschijnlijk zijn geweest, dat hij daar geen rekening mee hoefde te houden. Zo zullen bijvoorbeeld technische mankementen aan de auto van Lucas een beroep op overmacht niet doen slagen. Een dergelijk beroep slaagt mogelijk wel in het geval een persoon uit het niets de weg op springt teneinde zich van het leven te beroven. De drempel is dus nogal hoog. Hieraan is, net zoals aan voornoemd bewijsvermoeden, te merken dat de niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemer juridisch wordt beschermd.

In het geval van jou en Lucas is er geen sprake van overmacht. Het ongeval is namelijk niet zuiver het gevolg van jouw fouten. Ook Lucas’ rijgedrag was namelijk niet perfect omdat hij op zijn telefoon bezig was. Dit betekent dat Lucas verantwoordelijk is voor het ongeval. Als Lucas’ rijgedrag feilloos was, zou een beroep op overmacht overigens ook geen doel treffen. Jouw fouten waren immers niet zo onwaarschijnlijk dat Lucas daar geen rekening mee hoefde te houden. Lucas had bij het stoplicht goed moeten en kunnen kijken of er niemand aankwam. 

Eigen schuld, dikke bult?

Hier moet echter een nuancering worden gemaakt. Het is namelijk niet zo dat Lucas alle schade moet vergoeden. Ook aan jouw fouten kunnen gevolgen worden verbonden. De vinger wordt dus niet uitsluitend naar Lucas gewezen. Het gaat hierbij om hetgeen in juridisch taalgebruik ‘eigen schuld’ wordt genoemd. Het kan namelijk zijn dat het ongeval ten dele aan jouw schuld te wijten is, zodat het oneerlijk is als Lucas alle schade moet vergoeden. Bij de beoordeling van de vraag of jij een deel van de schade moet vergoeden, staat een ethische vraag voorop. Het gaat er namelijk ten eerste om of je je als een redelijk handelend mens hebt gedragen. Dit kan in dit geval niet worden gezegd omdat je door rood fietste met een te hoog alcoholpromillage in het bloed.

Ten tweede moet er worden gekeken in hoeverre het ongeval het gevolg is van jouw fouten. In dit geval is het logisch om aan te nemen dat het ongeval voor een aanzienlijk deel jouw schuld was. Als je immers niet door het rode stoplicht gefietst, dan had het ongeval hoogstwaarschijnlijk niet plaatsgevonden. 

Ten slotte is nog van belang dat de ernst van de fouten vrij groot is. Je maakte namelijk twee wettelijke overtredingen, te denken aan het fietsen door een rood stoplicht met een te hoog alcoholpromillage in het bloed. Dit moet worden afgezet tegen de fout van Lucas om zo tot een afweging te komen. Het resultaat luidt dat de fout van Lucas niet opweegt tegen jouw fouten. Concluderend is er sprake van eigen schuld. Lucas zal daarom niet alle schade hoeven te vergoeden. Belangrijk om op te merken is wel dat bij de hierboven gemaakte drie afwegingen steeds ruimte voor discussie bestaat, en er dus niet slechts één juist antwoord is.  

De hoogte van het schadebedrag dat jij en Lucas ieder moeten vergoeden, wordt bepaald naar evenredigheid. Zou bijvoorbeeld worden vastgesteld dat jij voor 25 procent verantwoordelijk bent voor het ongeval, dan hoef je maar 25 procent van de schade te vergoeden. Lucas moet echter in ieder geval minstens vijftig procent van de schade vergoeden. Die regeling lijkt op het eerste gezicht oneerlijk, maar het heeft alles te maken met de bescherming van de kwetsbare, niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemer. 

Conclusie

Vanwege de kwetsbare positie in het verkeer, zijn niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemers niet snel verantwoordelijk voor een ongeval met een gemotoriseerde verkeersdeelnemer. Dit heeft als gevolg dat ze minder schade hoeven te vergoeden. De juridische bescherming van de niet-gemotoriseerden gaat dus ver, maar niet zover dat ze zonder enige gevolgen allerlei fouten kunnen maken in het verkeer. Let dus vooral goed op wanneer je na een feestje naar huis fietst, met een risico op letselschade uiteraard niet als minste reden…

Auteur: Inse Bekx