Juli 2018 – Onderverhuur via Airbnb, een risicovolle onderneming

Onderverhuur via Airbnb, een risicovolle onderneming

Het is weer voorbij, hét wandelevenement van het jaar: de Nijmeegse vierdaagse. Elk jaar in juli stroomt Nijmegen weer vol. Met dit jaar de drukste editie ooit. Tijdens de vierdaagse heeft Nijmegen 1.6 miljoen bezoekers mogen ontvangen. Om te wandelen, maar vooral ook om te feesten. Al deze wandelaars en feestvierders hebben natuurlijk een plek nodig om te overnachten. Op dit punt zijn er veel innovatieve Nijmegenaren die uit de vierdaagse een slaatje willen slaan. Stel: je bent niet zo’n feestvierder en gaat op vakantie tijdens de vierdaagse. Waarom zou je je gehuurde woonruimte dan leeg achterlaten, terwijl je ook een extra zakcentje kunt verdienen door de ruimte onder te verhuren aan toeristen. Het onderverhuren van woonruimte is door de opkomst van Airbnb een stuk makkelijker geworden. Je hoeft alleen een account aan te maken en vervolgens een advertentie te plaatsen en je woonruimte is binnen een mum van tijd onderverhuurd. Aan het onderverhuren via Airbnb kleven echter wel enkele risico’s. In dit artikel zullen we uitleggen waar je als huurder op moet letten.

Is onderverhuren toegestaan?

Onderhuur betekent dat je zelf als huurder je gehuurde woonruimte doorverhuurt aan iemand anders. Volgens de wet is het onderverhuren van een woonruimte verboden. Een uitzondering hierop is dat een huurder wel een deel van de huurwoning mag onderverhuren. Het is wel verboden om je hele woonruimte onder te verhuren. Deze hoofdregel uit de wet gaat echter niet vaak op. Een verhuurder kan namelijk van de wet afwijken door middel van de huurovereenkomst. Zo is het gebruikelijk dat in de huurovereenkomst staat dat onderverhuren niet zomaar mag. In de meeste huurovereenkomsten is afgesproken dat onderverhuur alleen toegestaan is als de huurder toestemming vraagt aan de verhuurder. Als je dus van plan bent om onder te verhuren, is het belangrijk dat je goed je huurovereenkomst nakijkt.

Wat zijn de risico’s als u toch onderverhuurt?

Stel je wilt je woning toch onderverhuren maar de verhuurder geeft geen toestemming, wat kunnen hier de gevolgen van zijn. Zodra je toch onderverhuurt handel je in strijd met de wet of de huurovereenkomst. Je komt de overeenkomst dan niet na en dit kan grote gevolgen hebben. Je huurbaas kan de huurovereenkomst opzeggen of ontbinden. Er is een risico dat u op straat komt te staan door de opzegging of ontbinding. Gelukkig kan je huurbaas je niet zomaar op straat zetten. Voordat de huurovereenkomst opgezegd of ontbonden kan worden, moet een rechter hier een oordeel over geven. De rechter zal beoordelen of de opzegging of ontbinding in dit geval gerechtvaardigd is. Dit neemt het risico dat je je woning moet verlaten echter niet geheel weg. Je moet je dus goed afvragen of dat snel verdiende zakcentje dat risico waard is.

Een ander risico dat u loopt als u uw woonruimte illegaal onderverhuurt, is een eventuele boete. Soms is in de huurovereenkomst een zogenaamde boeteclausule op genomen. Dit is een beding in de overeenkomst waarin staat dat u een boete moet betalen als u zich niet aan de overeenkomst houdt. Zo kan een makkelijk verdient zakcentje via Airbnb veranderen in een hoge boete. Ook hier is het dus belangrijk dat u de huurovereenkomst goed leest voordat u gaat onderverhuren.

Het antwoord op de vraag of onderverhuur via Airbnb is toegestaan, is: meestal niet. Of de onderverhuur is toegestaan, hangt van de huurovereenkomst af. Onderverhuren kan een makkelijke bijverdienste zijn, maar het kan ook grote gevolgen hebben. Ons advies is dan ook dat u uw huurovereenkomst goed nakijkt en eventueel toestemming vraagt aan de verhuurder.

Hebt u vragen over dit onderwerp of loopt u tegen een ander probleem aan? Kom dan gerust langs tijdens ons spreekuur op maandag, woensdag of zaterdag, zodat wij u gratis van juridisch advies kunnen voorzien. Wij zijn nu gesloten voor de zomerstop, op maandag 20 augustus vindt ons eerste spreekuur weer plaats. Hebt u zelf een onderwerp dat u graag terugziet in één van onze artikelen? Schroom dan niet om dit aan ons te laten weten.

Auteur: mr. Felix Verhagen

Juni 2018 – Een kijkje in de keuken van de executeur

Een kijkje in de keuken van de executeur

Wanneer u aan het woord ‘’executeur’’ denkt, komen bij u hoogstwaarschijnlijk niet de meest prettige en vreedzame gedachten naar boven. Bij dezen kan ik u gerust stellen: dat is niet de executeur waar dit artikel over zal gaan. Graag wil ik u namelijk meenemen naar de bijzondere keuken, waarin de executeur als chef-kok van de erfrechtelijke nalatenschap zijn kunsten vertoont. Deze chef-kok wordt benoemd op basis van het testament. Dit testament zou vergeleken kunnen worden met een recept voor een bepaald gerecht (de verdeling van de uiteindelijke erfenis van de maker van het testament) waarbij de executeur als chef-kok ervoor zorgt dat dit recept wordt uitgevoerd.

Het is niet voor niets dat ik hier de parallel trek met een chef-kok. Als u zich namelijk in het erfrecht verdiept, waant u zichzelf in een heuse Michelingids. De sterren, ooit in het leven geroepen door Prof. mr. dr. B.M.E.M. Schols (hoogleraar aan de Radboud Universiteit), vliegen u immers daadwerkelijk om de oren. Deze sterren worden aan de chef-koks van de nalatenschap als het ware aan de hand van de grootte van hun keuken toegekend: hoe groter de keuken (dus: hoe groter de bevoegdheden die in het testament aan de executeur zijn toegekend), hoe meer sterren.

De één-sterren-executeur is een executeur met een vrij klein keukentje. Deze executeur wordt ook wel de begrafenisexecuteur genoemd, omdat zijn enige – maar zeer eervolle – taak meestal bestaat uit het regelen van alle zaken omtrent de uitvaart van de overledene. Deze overledene wordt in het erfrecht ook wel ‘’de erflater’’ genoemd. De aanstelling van deze executeur wordt geregeld in het testament van de erflater. De aanwijzing van deze executeur is een handig middel om de personen die dichtbij de erflater staan (bijvoorbeeld  naaste familieleden of goede vrienden) in de gelegenheid te stellen om de uitvaart van de erflater te verzorgen of in ieder geval daarbij te helpen.

De twee-sterren-executeur heeft een enorme keuken met luxe apparatuur. Deze executeur wordt ook wel de beheersexecuteur genoemd en kan ook in het testament van de erflater worden benoemd. De belangrijkste taak van deze executeur is het afwikkelen van de nalatenschap. Dit houdt in dat hij de tot de nalatenschap behorende goederen beheert en de schulden van de nalatenschap voldoet. Deze executeur heeft dus een stuk minder emotionele (maar daarmee niet minder moeilijke) taak dan de één-sterren-executeur en het is daarom vaak de notaris die tot twee-sterren-executeur wordt benoemd. Deze chef-kok zorgt ervoor dat het testament goed wordt uitgevoerd, zodat de uiteindelijk afgewikkelde nalatenschap, zijnde het erfrechtelijk gerecht, kan worden uitgeserveerd aan de erfgenamen.

De drie-sterren-executeur heeft dezelfde keuken als de twee-sterren-executeur, maar serveert de erfrechtelijke gerechten ook nog eens zelf uit aan zijn gasten: de erfgenamen. Bij de twee-sterren-executeur wordt het erfrechtelijk gerecht door de erfgenamen aan de erfgenamen uitgeserveerd. In de praktijk blijkt deze uitservering door de erfgenamen zélf vaak een heikel puntje te zijn, waarover ruzie tussen de erfgenamen kan ontstaan. Ik hoef u namelijk niet uit te leggen wat het vooruitzicht op een grote som geld in sommige gevallen met een mens kan doen. Om dergelijk ongemak te voorkomen, kan de erflater in zijn testament een drie-sterren-executeur aanwijzen. Deze executeur wordt ook wel de executeur-afwikkelingsbewindvoerder genoemd en wikkelt niet alleen de nalatenschap af, maar serveert deze nalatenschap ook uit aan de erfgenamen, zodat tussen hen geen ruzie kan ontstaan over deze uitservering. De erfgenamen hebben hierbij namelijk geen inspraak en de executeur zal dus in zijn eentje uitserveren, waardoor de uitservering veel efficiënter zal verlopen. Met de benoeming van een dergelijke chef-kok in het testament kan dus voorkomen worden dat de hoofdgerechten na jaren ijskoud worden opgediend of de erfgenamen elkaar tijdens het uitserveren aan henzelf in de haren vliegen, waardoor het door de erflater zo zorgvuldig samengestelde erfrechtelijk gerecht uiteindelijk nooit opgediend zal worden.

Ik hoop dat ik, door u letterlijk een kijkje in de keuken van de executeur te hebben gegeven, de positie van de verschillende soorten executeurs in het erfrecht aan u duidelijk heb kunnen maken en ervoor heb gezorgd dat het woord ‘’executeur’’ bij u – in ieder geval voor even – een prettiger beeld oproept.

Hebt u vragen over dit onderwerp of loopt u tegen dit probleem aan? Kom dan gerust langs tijdens ons spreekuur op maandag, woensdag of zaterdag, zodat wij u gratis van juridisch advies kunnen voorzien. Mede dankzij de door Rechtswinkel Nijmegen-Oost gerealiseerde vruchtbare samenwerking met Ten Berge Notarissen en het grote aanbod aan getalenteerde studenten, bent u ook voor uw erfrechtvragen bij ons aan het juiste adres. Ook voor andere juridische problemen kunt u bij ons terecht. Hebt u zelf een onderwerp dat u graag terugziet in één van onze artikelen? Schroom dan niet om dit aan ons te laten weten.

Auteur: Jelmer van Bommel

 

Mei 2018 – Kattenkwaad

Kattenkwaad

Het is dinsdagavond. U heeft een lange dag achter de rug en u besluit enigszins vroeg naar bed te gaan. Maar eerst moet natuurlijk de hond nog even uitgelaten worden. U pakt de riem en u loopt samen de nacht in. Halverwege uw vaste rondje wacht u even op uw hond die zijn behoeftes bij de bosjes doet. Dan gebeurt het. De rode kater van om de hoek, een beruchte duivel in de buurt, schiet met geopenbaarde klauwen naar uw trouwe viervoeter. U krijgt met veel moeite de kater van uw hond af, en het beest duikt de bosjes weer in. Om de bloederige details van dit verhaal te besparen; uw hond moet met spoed naar de dierenarts. Daar wordt hij geopereerd en gelukkig loopt het goed af. Hij behoudt echter de rest van zijn leven littekens en een angstig karakter. Daarbij zijn de kosten van de operatie ook niet gering: u zit met een rekening van ruim €4000,-. De dader is een bekende ‘terrorkat’. Hij terroriseert al jaren mens en dier in de buurt. Zijn er nou juridische mogelijkheden om het baasje of zelfs het dier aan te spreken, met name voor deze gewelddadige daad?

Klauwen met geld
Als een dier schade aanricht dan staat u niet met lege handen. De wet bevat een regel waardoor men de eigenaren van dieren die schade aanrichten aansprakelijk kan stellen. Ook u als eigenaar van een hond draagt een risico voor de onberekenbare energie die een dier in zich heeft. Ieder dier is immers in staat om gemeen uit te halen. Daar hoeft het baasje ook niet voor aanwezig te zijn. Het maakt niet uit of de eigenaar van de terrorkat wist van de aanval. Hij is in principe aansprakelijk voor de kosten van de operatie.

Het probleem is echter dat u dit zal moeten bewijzen. De eigenaar van de terrorkat heeft waarschijnlijk weinig zin om zo’n groot bedrag aan u over te maken. Hij zal de aanval betwisten en u zal uw gelijk bij de rechter moeten halen. U zal met bewijs moeten aantonen dat de rode kater verantwoordelijk is voor de daad. En gezien u alleen op straat liep, wordt dat een moeilijke opgave. Het zou ook een andere kat kunnen zijn geweest die uw hond aanviel. Daarom is het wijs om eerst uw bewijsstukken na te gaan voordat u verdere kosten maakt in een juridisch proces.

Kat van de straat
Wellicht is het gelukt om de kosten van de operatie op de eigenaar van de terrorkat te verhalen. Maar de straten zijn nog niet veilig: die kater loopt nog steeds rond. In zeer uitzonderlijke gevallen is het daarom voorgekomen dat er een straatverbod is geplaatst op zulke dieren. Dat betekent dat op straffe van een boete, de kat niet in bepaalde straten of soms de hele wijk mag komen. Dit is iets wat de politie doet om een voorlopige oplossing te bieden aan omwonenden. Zelfs de rechter heeft eens zo’n straatverbod gelegd op een kat genaamd Napoleon. Napoleon drong de huizen van mensen binnen om terreur te zaaien en de rechter zag geen andere mogelijkheid dan de vrijheid van de kat te beperken. Zeer opmerkelijk, gezien het straatverbod normaal gesproken alleen voor mensen geldt.

Kortom, er bestaat een mogelijkheid om de eigenaren van terrorkatten aansprakelijk te stellen. Iedere eigenaar is namelijk verantwoordelijk voor hun dier. Daarbij zal een succesvolle vergoeding van de schade afhangen van de omstandigheden en het bewijs. Dat blijkt lastig te zijn. U kunt dus beter de terrorkatten compleet vermijden, want de katten met echt huisarrest zijn op één hand te tellen.

Hebt u vragen over dit onderwerp of loopt u tegen een ander probleem aan? Kom dan gerust langs tijdens ons spreekuur op maandag, woensdag of zaterdag, zodat wij u gratis van juridisch advies kunnen voorzien. Hebt u zelf een onderwerp dat u graag terugziet in één van onze artikelen? Schroom dan niet om dit aan ons te laten weten.

Auteur: Finlay Munro

April 2018 – Niet-nakoming van een overeenkomst

Niet-nakoming van een overeenkomst
Stel, uw tuin kan wel een opfrisbeurt gebruiken. U wilt graag een aantal bomen laten snoeien, een tuinhuisje laten plaatsen en de tegels laten vervangen. De handige tuinman stelt een offerte op. Later blijkt dat de tegels voor een deel niet zijn gelegd en de bomen niet zijn gesnoeid. De tuinman is zijn afspraken daardoor niet nagekomen. U heeft hem daarom vriendelijk verzocht de gebreken te herstellen, maar hij geeft geen gehoor aan dit bericht. Herkent u zich in deze situatie? Dit artikel bespreekt wat u kan doen in zo een geval en wanneer u recht heeft op een schadevergoeding.

De overeenkomst en tekortkomingen
Als u de offerte van de tuinman aanvaardt, ontstaat er een overeenkomst tussen u en de tuinman. Dit betekent dat jullie verplichtingen hebben tegenover elkaar. De tuinman moet de bomen snoeien, de tegels leggen en het tuinhuisje plaatsen en u moet de tuinman daarvoor betalen. Als een van de partijen zijn verplichting niet nakomt, is dit een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. In deze situatie komt de tuinman zijn verplichtingen niet na, want hij heeft de tegels niet gelegd en de bomen niet gesnoeid. Er is dus sprake van een tekortkoming als de werkzaamheden die zijn afgesproken, niet volledig of goed worden verricht.

Ingebrekestelling
Wat kunt u in deze situatie doen? Het is belangrijk dat u de wederpartij de kans geeft om zijn verplichtingen alsnog na te komen. U moet dus de tuinman de kans geven om de bomen te snoeien en de tegels te leggen. U kunt door middel van een aangetekende brief de tuinman laten weten dat hij deze verplichtingen moet nakomen. Zo’n brief wordt ook wel een ingebrekestelling genoemd. In de ingebrekestelling staat een termijn, waarbinnen de wederpartij zijn verplichtingen dient na te komen. Hoe lang deze termijn is, wordt aan de hand van de omstandigheden van het geval bekeken. Belangrijk is wel dat de termijn redelijk is. Het moet dus mogelijk zijn voor de wederpartij om zijn verplichtingen binnen deze termijn na te komen. De tuinman zou binnen veertien dagen de tegels kunnen leggen en de bomen kunnen snoeien. Een termijn van veertien dagen wordt in de meeste gevallen als een redelijke termijn gezien. Het is belangrijk dat een ingebrekestelling aan de wettelijke eisen voldoet. Indien dit niet zo is, is de brief geen ingebrekestelling. U heeft hierdoor de wederpartij niet de kans gegeven om zijn verplichtingen na te komen. Hierdoor heeft u geen recht op een schadevergoeding.

Verzuim
Als de tuinman zijn verplichtingen nakomt binnen veertien dagen, dan heeft u geen recht op een schadevergoeding. Herstelt de tuinman de gebreken niet binnen de termijn? Dan is de tuinman in verzuim. Met verzuim wordt aangegeven dat u de tuinman de kans heeft gegeven om zijn verplichtingen na te komen, maar de tuinman dit heeft nagelaten. Het intreden van verzuim is uw ‘toegangsticket’ naar het recht op schadevergoeding. U kunt dus pas een schadevergoeding vorderen als verzuim is ingetreden.

Conclusie
In dit artikel zijn een aantal punten uitgelegd over de niet-nakoming van een overeenkomst. Als de wederpartij zijn verplichtingen niet nakomt, dan is het belangrijk dat u de wederpartij de kans geeft om zijn verplichtingen alsnog na te komen. Door middel van een ingebrekestelling geeft u de wederpartij nog een keer de kans om zijn verplichtingen na te komen binnen een redelijke termijn. Heeft de wederpartij na deze termijn de gebreken nog steeds niet hersteld, dan treedt het verzuim in. U zou nu een schadevergoeding kunnen eisen. Het is belangrijk dat een ingebrekestelling duidelijk wordt geformuleerd en aan de wettelijke vereisten voldoet. Daarbij zijn er altijd uitzonderingen op de regel en is iedere situatie weer anders.

Hebt u vragen over dit onderwerp of loopt u tegen dit probleem aan? Kom dan gerust langs tijdens ons spreekuur op maandag, woensdag of zaterdag, zodat wij u gratis van juridisch advies kunnen voorzien. Ook voor andere juridische problemen kunt u bij ons terecht. Hebt u zelf een onderwerp dat u graag terugziet in één van onze artikelen? Schroom dan niet om dit aan ons te laten weten.

Auteur: Annabel van Drost

Maart 2018 – Ongeldige overeenkomsten

Een ongeldige overeenkomst?
U bent online aan het shoppen en komt een fantastische stuntprijs tegen. Iets wat normaal een paar honderd euro kost, kunt u nu voor een paar tientjes bestellen. Snel bestelt u een exemplaar en u denkt een goede deal te hebben gesloten. Een dag later krijgt u echter bericht van de webshop waar u gisteren uw inkoop heeft gedaan. In dit bericht laat de webshop weten dat de stuntprijs niet klopte en dat er sprake was van een fout in het systeem. Het was niet de bedoeling van de webshop om het product voor de extreem lage prijs aan te bieden.
De sprookjesachtige aanbieding blijkt te mooi om waar te zijn geweest.

Zo’n dergelijk geval deed zich voor bij de online shop van Leenbakker. Op de website werd een hoogslaper voor nog geen 25 euro aangeboden. Normaal gesproken betaal je 319 euro voor de hoogslaper. 3000 mensen maakten gebruik van deze actie en bestelden de hoogslaper voor de spotgoedkope prijs. Helaas bleek de aanbieding achteraf te mooi om waar te zijn. Leenbakker liet namelijk een dag later per mail weten dat het om een systeemfout ging. Om de teleurgestelde klanten tegemoet te komen kregen zij een persoonlijke aanbieding waarmee de klant 40% korting kreeg op alle hoog-, halfhoog-, en middenslapers.
De meeste klanten wilden deze korting helemaal niet, maar gewoon de hoogslaper die zij besteld hadden.

Hebben zij nu recht op de hoogslaper of niet?
Juridisch gezien moet er gekeken worden of er rechtsgeldig een overeenkomst tot stand is gekomen op grond van artikel 6:217 van het Burgerlijk Wetboek. Hiervoor is een aanbod en een aanvaarding nodig. Het aanbod wordt door Leenbakker gevormd: namelijk het aanbieden van de hoogslaper voor nog geen 25 euro. De aanvaarding wordt door elke afzonderlijke klant gevormd. Het aanbod en de aanvaarding zijn allebei een rechtshandeling, waarvoor een wil is vereist die zich door een verklaring heeft geopenbaard. Aan de kant van de klant is hier niks mis mee, de klant had namelijk de wil om de hoogslaper te kopen, en heeft dit verklaard door de hoogslaper ook daadwerkelijk te bestellen. Aan de kant van de Leenbakker is er wel iets mis met de rechtshandeling. Er is namelijk sprake van een wil van Leenbakker, maar zij verklaarden niet overeenkomstig die wil. Leenbakker wilde de hoogslaper namelijk helemaal niet voor maar 25 euro verkopen, maar verklaarde dit wel door de hoogslaper voor 25 euro op haar site aan te bieden. Er is dan in principe geen geldige overeenkomst tot stand gekomen, tenzij de klant er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat Leenbakker de bedoeling had om de hoogslaper voor 25 euro te verkopen. Dit hangt altijd af van de omstandigheden van het geval. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als Leenbakker vaker dit soort stuntprijzen hanteert.

In dit voorbeeld zijn de klanten (de gedupeerden) naar de rechter gestapt. In eerste instantie heeft de kortgedingrechter zich hierover uitgesproken. Een kortgedingrechter geeft slechts een voorlopig oordeel waarna de bodemrechter nog een definitief oordeel geeft. De kortgedingrechter oordeelde dat een gemiddeld geïnformeerde consument ervan uit mocht gaan dat er sprake was van een vergissing aan de kant van Leenbakker. Wanneer er gestunt wordt met prijzen gaan deze altijd samen met reclameteksten met een heftige opmaak. Volgens de kortgedingrechter was er in dit geval niet ‘schreeuwerig’ genoeg geadverteerd en zouden de consumenten ervan uit moeten gaan dat er sprake was van een vergissing. De klanten hadden volgens de rechter op zijn minst moeten twijfelen en nader onderzoek moeten verrichten. De kortgedingrechter heeft hierdoor bepaald dat Leenbakker de hoogslapers niet aan de klanten hoeft te leveren tegen een prijs van 25 euro. De bodemrechter moet nog uitspraak doen in deze zaak. Hoe dit gaat aflopen is dus nog onzeker.

Hebt u vragen over dit onderwerp of loopt u tegen dit probleem aan? Kom dan gerust langs tijdens ons spreekuur op maandag, woensdag of zaterdag, zodat wij u gratis van juridisch advies kunnen voorzien. Ook voor andere juridische problemen kunt u bij ons terecht. Hebt u zelf een onderwerp dat u graag terugziet in één van onze artikelen? Schroom dan niet om dit aan ons te laten weten.

Auteur: Jill Palmaccio

Februari 2018 – Landjepik

Onbewust landje gepikt?
De afgelopen jaren is het onderwerp landjepik, ook wel bekend als snippergroen, veel in het nieuws geweest. De rijdende rechter heeft er meerdere afleveringen aan geweid. Nu blijkt dit in de gemeente Nijmegen en omstreken ook een hot topic te zijn geworden. Sinds kort ontvangen wij namelijk steeds vaker cliënten die met het probleem landjepik worden geconfronteerd. Zij hebben een brief van de gemeente ontvangen waarin de gemeente een strook van hun tuin opeist. Daarbij stelt de gemeente voor om een overeenkomst tot bruikleen te ondertekenen of dat gedeelte van de tuin te ontruimen. De cliënten zijn echter van mening dat zij rechtmatig eigenaar van hun hele tuin zijn. Ze wisten immers nergens van af en hebben altijd gebruik gemaakt van de strook sinds ze er wonen. Wat kunt u het beste doen als u hiermee wordt geconfronteerd? In deze maandelijkse uitvoering wordt er aandacht besteed aan een antwoord op deze vraag en de complicaties die hierbij komen kijken.

De omvang van het eigendom
De omvang van uw eigendom is bepalend voor uw gebruiksmogelijkheden. De hoofdregel hierbij is dat u het eigendom verkrijgt over hetgeen is afgesproken in de overeenkomst. Hoewel dit uitgangspunt op het oog logisch lijkt, kan dit met name bij de aankoop van nieuw bebouwde percelen problemen opleveren. Wat precies de omvang van uw eigendom is, kunt u altijd vinden in de openbare registers; via het Kadaster. Toch controleert de koper dit bij de oplevering van het perceel meestal niet. Als naderhand blijkt dat een gedeelte van uw tuin volgens het Kadaster niet tot uw eigendom behoort, dan bent u daarvan in beginsel geen eigenaar. De geregistreerde eigenaar kan zijn of haar eigendom voor een periode van twintig jaar opeisen. Als de geregistreerde eigenaar dit binnen die periode doet, dan zal u de strook in principe moeten ontruimen. U vindt dit echter merkwaardig. Plotseling staat er een persoon op uw stoep die een stuk van uw tuin opeist, terwijl hij of zij er jarenlang niet naar heeft omgekeken en vanwege de omvang van de strook er weinig aan zal hebben. Logischerwijs bent u het er niet mee eens en u wenst het stukje tuin niet te ontruimen. Kunt u dit weigeren?

Eigendomsverkrijging via verjaring
Zoals in de vorige alinea beschreven, bent u in principe verplicht om het gedeelte van uw tuin terug te geven aan de geregistreerde eigenaar. Er geldt echter één uitzondering op deze regel. Als de geregistreerde eigenaar voor een periode van twintig jaar niet bij u heeft aangeklopt, terwijl u zich als eigenaar over de strook hebt gedragen, dan kan hij of zij het eigendom in principe niet meer opeisen. Of u zich als eigenaar hebt gedragen over dat stukje tuin wordt beoordeeld aan de hand van de juridische term bezit. Dit wordt door de feiten en omstandigheden ingevuld. Kort door de bocht kan het plaatsen van een hoog hek met een persoonlijke toegangspoort er op duiden dat er sprake is van bezit. In een dergelijk geval kan er worden betoogd dat u het bezit over dat stukje grond hebt toegeëigend. Daarentegen is het onvoldoende als u af en toe het gras maait of wat tuindecoratie op dat stukje tuin hebt geplaatst. Daarbij mag er geen sprake zijn van een afspraak met de geregistreerde eigenaar dat u het stukje tuin mag gebruiken. In dat geval gedraagt u zich namelijk juridisch gezien niet als eigenaar over dat stukje tuin en kunt u hierover geen eigendom verkrijgen. Mocht u kunnen bewijzen dat er sprake is van bezit én zijn er twintig jaren verstreken, dan verkrijgt u automatisch via de wet het eigendom over dat stukje tuin en hoeft u niet mee te werken aan een ontruiming of een overeenkomst tot bruikleen te ondertekenen.

Is daarmee de kous af?
De wet stelt dat u na het verloop van twintig jaren het eigendom over uw stukje tuin hebt verkregen. Hiermee is de kous helaas nog niet af. De Hoge Raad heeft in 2017 bepaald dat de geregistreerde eigenaar na verloop van de termijn nog voor vijf jaar een vordering tot een onrechtmatige daad kan instellen als hij of zij kon weten dat u het stukje grond had toegeëigend. Deze termijn is zelfs twintig jaar als de geregistreerde eigenaar niet kon weten dat u het stukje grond in bezit had genomen. De geregistreerde eigenaar kan binnen die termijn aan de rechter vragen dat u het stukje tuin terug moet geven. Als de rechter de geregistreerde eigenaar gelijk geeft, dan zal u het stukje tuin alsnog moeten ontruimen en komen de proceskosten ook nog voor uw rekening. Het is daarom belangrijk dat u gedegen juridisch advies inwint als u of een kennis tegen dit probleem aanloopt. Wij kunnen u helpen met uw eerste stappen in het proces door een bezwaarbrief op te stellen en u verder te begeleiden in de procedure tegen de gemeente.

Heeft u vragen over dit onderwerp of loopt u tegen dit probleem aan? Kom dan gerust langs tijdens ons spreekuur op maandag, woensdag of zaterdag, zodat wij u gratis van juridisch advies kunnen voorzien. Ook voor andere juridische problemen kunt u bij ons terecht. Hebt u zelf een onderwerp dat u graag terugziet in één van onze artikelen? Schroom dan niet om dit aan ons te laten weten.

Auteur: Lukas Schenkels

Januari 2018 – Te ziek om te werken, wat komt daar allemaal bij kijken?

Te ziek om te werken, wat komt daar allemaal bij kijken?
Elke werknemer is weleens ziek en meldt zich af op het werk voor korte of langere tijd. Een zieke werknemer heeft voor zowel werkgever als werknemer negatieve financiële gevolgen: de werkgever maakt kosten voor vervanging en loondoorbetaling en de werknemer kan bij langdurig ziekteverzuim te maken krijgen met inkomstenvermindering. Om ervoor te zorgen dat deze negatieve financiële gevolgen beperkt blijven, is het van belang dat een zieke werknemer zo snel mogelijk weer aan de slag gaat. Dit wordt ook wel re-integratie genoemd. Hoe zit dit precies in elkaar? Wie moet wat doen in een ziekteverzuim situatie?

Onderscheid kort en langdurig ziekteverzuim
Ziekteverzuim is de periode vanaf de ziekmelding van een werknemer tot de herstelmelding. Omdat ziekteverzuim negatieve gevolgen heeft voor beide partijen, is het re-integratie proces een samenwerking tussen werknemer en werkgever. Beiden moeten zich inzetten voor een geslaagde re-integratie. Re-integratie is alleen van belang voor langdurig ziekteverzuim. In de volksmond gebruiken we de algemene term ‘ziek zijn’. Er wordt in de wet echter een onderscheid gemaakt tussen kort ziekteverzuim en langdurig ziekteverzuim. Bij kort ziekteverzuim is herstel in zicht. Er is de verwachting dat de werknemer op korte duur terugkeert op het werk. Denk hierbij aan het uitzieken van een griep. In een dergelijke situatie wordt het loon in beginsel doorbetaald. Bij langdurig ziekteverzuim is het gebruikelijk een percentage van het loon te ontvangen. Hoeveel dagen en hoeveel procent doorbetaald wordt, is meestal terug te vinden in de betreffende cao of het arbeidscontract. Let hierbij op: in sommige cao’s staan zogenaamde wachtdagen opgenomen. Op die wachtdagen wordt geen loon doorbetaald omdat deze voor rekening van de werknemer komen.

Plichten zieke werknemer
Tegenover de doorbetaling van loon (zowel volledig als deels) staat dat de werknemer zich zo snel mogelijk ziek meldt en daarbij de procedure volgt volgens de regels die op het werk gelden (cao, arbeidscontract of personeelsreglement). De algemene regel hierbij is dat de werkgever niet mag vragen wat de ziekte inhoudt. Hij mag daarentegen wel vragen stellen in verband met het werk en de werkzaamheden. Denk hierbij aan: welke werkzaamheden kunt u nog wel uitoefenen? Wat kan de werkgever doen om deze werkzaamheden mogelijk te maken? De reden hiervan is dat ziek zijn niet altijd grieperig in bed liggen betekent. Het kan ook zijn dat de werknemer tijdens een partijtje tennis zijn been heeft gekneusd en een paar dagen niet in de winkel kan staan. In zo’n situatie heeft de werknemer misschien wel de mogelijkheid om administratief werk te verrichten. Het is daarom van belang dat de werkgever informatie heeft over de ziektesituatie om passend werk aan te bieden. Indien de werkgever passend werk heeft gevonden, is de werknemer verplicht dit aan te nemen. Het gaat dan vaak om werk dat fysiek minder zwaar is of een minder aantal uren. Neemt de werknemer dit niet aan, dan kan dit gezien worden als een weigering van medewerking aan re-integratie. In het uiterste geval ontstaat een arbeidsgeschil en stopt de werkgever de loondoorbetaling. Indien passend werk niet mogelijk is, kan de werknemer voldoen aan de re-integratie door medewerking te verlenen op andere vlakken. Een voorbeeld hiervan is wanneer werkgever en werknemer afspreken dat werknemer eens in de zoveel tijd langs komt op werk. De werknemer vervreemdt op deze manier niet van het werk en blijft betrokken. Zo kan de werkgever tevens vorderingen van de re-integratie bijhouden.

Langdurig ziekteverzuim
Bij langdurig ziekteverzuim ontstaan er meer verplichtingen voor de zieke werknemer én de werkgever door het re-integratieproces. De reden hiervoor is voornamelijk financieel. Hoe langer een werknemer ziek is, des te meer kosten gemaakt worden door de werkgever en des te groter de inkomstenvermindering voor de werknemer. De wetgever heeft op deze kwestie gereageerd door de Regeling Procesgang eerste en tweede ziektejaar te introduceren. Het idee achter deze regeling is dat zieke werknemers en werkgevers samen in de eerste twee ziektejaren verantwoordelijk zijn voor re-integratie. Ziekte treft namelijk beide partijen. Indien het ziekteverzuim langer duurt dan twee jaar, vervalt de verplichting voor de werkgever om loon door te betalen. De overheid komt dan in beeld in de vorm van een WIA-uitkering.

Hoofdpunten re-integratieproces
De hoofdpunten van het re-integratieproces bij langdurig ziekteverzuim zijn als volgt:
− De bedrijfsarts moet binnen zes weken na ziekmelding een probleemanalyse maken. De werknemer wordt uitgenodigd bij de bedrijfsarts die vragen stelt om de situatie in kaart te brengen. Van de werknemer wordt verwacht dat hij medewerking verleent. Indien de werknemer niet meewerkt is het moeilijk voor de bedrijfsarts om een analyse te doen. Dit benadeelt de re-integratie. Een analyse bevat onder andere de reden van verzuim, herstelmogelijkheden en de ingeschatte duur van het verzuim.
− Naar aanleiding van de probleemanalyse van de bedrijfsarts gaan werknemer en werkgever in gesprek. Dit is meestal binnen acht weken na ziekmelding. Tijdens dit gesprek stellen zij een plan van aanpak vast. Dit plan beschrijft de verplichtingen van beide partijen met betrekking tot de re-integratie. Het plan wordt door beide partijen ondertekend, waardoor de verantwoordelijkheid van nakoming van het plan bij de twee partijen ligt. De werkgever is daarbij verplicht om iedere zes weken een evaluatie bij te houden over de voortgang van de re-integratie.
− Indien na 42 weken de werknemer nog steeds ziek is en niet geheel is gere-integreerd, is de werkgever verplicht de werknemer te melden bij het UWV. Het UWV geeft dan advies aan de werkgever over hoe deze moet handelen in het tweede jaar van het ziekteverzuim. Daarbij wordt gekeken naar het eerste jaar van het ziekteverzuim.
− Indien na 87 weken de werknemer nog steeds ziek is en niet geheel is gere-integreerd, krijgt de werknemer een uitnodiging van het UWV om een WIA-aanvraagformulier in te vullen. Het UWV beoordeelt dan de situatie van de werknemer en neemt een besluit over de hoogte van de WIA-uitkering. Indien uit het re-integratie dossier van de werkgever blijkt dat de werknemer zich niet voldoende heeft ingezet, kan de WIA-uitkering geheel of gedeeltelijk geweigerd worden.

Ziekteverzuim is dus niet alleen een eenzijdige ziekmelding van de werknemer. Van de werknemer wordt verwacht dat deze actief deelneemt aan de re-integratie. Het is mogelijk dat de werknemer het niet eens is met de gang van zaken. Vaak is daarom een geschillenregeling opgenomen in de cao. Ook biedt het UWV de mogelijkheid van een deskundigenoordeel. Het UWV beoordeelt dan de re-integratie situatie en geeft hier een niet bindend oordeel over.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Kom dan gerust langs op een van onze spreekuren zodat wij u van juridisch advies kunnen voorzien!
Ook voor andere juridische problemen kunt u bij ons terecht op een van onze spreekuren. Heeft u zelf een onderwerp dat u graag terugziet in één van onze artikelen, schroom dan niet om dit te laten weten. Wellicht wordt uw onderwerp dan ook door een van onze rechtswinkeliers besproken.

Auteur: Céline Maliepaard

December 2017 – Misleidende verkoop, alles wat de Kerstman moet weten

Het is weer die tijd van het jaar, Sinterklaas en de Kerstman zijn in het land. Er worden dan ook ontzettend veel cadeaus gekocht. Ondernemers spelen hier op in en prijzen hun artikelen aan met mooie aanbiedingen. Helaas zijn sommige aanbiedingen te mooi om waar te zijn. Uit onderzoek van de Consumentenbond blijkt dat aanbiedingen in webwinkels regelmatig mooier lijken dan dat ze in werkelijkheid zijn. De vraag is dan ook wat onder een nepaanbieding valt en wat u hiertegen kunt doen.

Wat is een nepaanbieding?
De verkoop van producten mag niet misleidend of agressief zijn volgens de wet. Deze wet geldt voor alle ondernemers. Dus voor de bakker waar u uw brood koopt, voor de bloemist waar u uw bloemen koopt, maar ook voor alle webwinkels. Artikelen met korting aanbieden, terwijl geen sprake is van daadwerkelijke korting, valt onder misleidende verkoop.

In het volgende geval is bijvoorbeeld sprake van misleidende verkoop: als een ondernemer gebruik maakt van ‘van/voor – prijzen’, dan moet het product niet langer dan 3 maanden geleden ook echt te koop zijn geweest voor de ‘van-prijs’. Als een winkel u bijvoorbeeld een tablet in de decembermaand verkoopt met de volgende aanbieding: van 300 euro voor 200 euro, dan moet die tablet in september ook daadwerkelijk 300 euro gekost hebben. Veel winkels gebruiken een hogere standaardprijs (‘van-prijs’), zodat het lijkt alsof u veel korting krijgt en u het product eerder koopt.
Ook misleiden veel ondernemers de consument door gebruik te maken van de zogeheten ‘adviesprijs’. Deze adviesprijs is de verkoopprijs die fabrikanten aan ondernemers adviseren om te vragen voor het product. Veel ondernemers maken normaal geen gebruik van deze adviesprijs, omdat die prijs vaak veel hoger ligt dan de prijs die op de markt wordt gehanteerd. Pas wanneer de winkels producten als aanbieding presenteren gebruiken zij de adviesprijs, zodat het voor u lijkt alsof u meer korting krijgt. Schijn bedriegt dus.

De Consumentenbond heeft besloten dat ondernemers deze adviesprijs wel mogen gebruiken in hun aanbieding, maar dat dan duidelijk vermeld moet zijn dat het om een adviesprijs gaat. Als de adviesprijs dus slechts als ‘van-prijs’ wordt gebruikt, zonder vermelding dat die prijs een adviesprijs is, is sprake van een misleidende verkoop.

Wat kunt u tegen een nepaanbieding doen?
Als sprake is van misleidende verkoop dan kunt u verschillende stappen zetten tegen de ondernemer: ten eerste kunt u de overeenkomst die u heeft gesloten bij de koop van het product vernietigen. Dit kunt u doen als u de overeenkomst niet had gesloten indien u wist van de werkelijke situatie waarbij u niet misleid zou zijn.

Vernietigen houdt in dat u de koop ongedaan maakt. U kunt de betaalde geldsom terugvorderen bij de ondernemer. De producten dient u terug te geven aan de ondernemer. U kunt het beste eerst contact op nemen met de verkoper en samen proberen een oplossing te vinden voor uw klacht. Als dit niet helpt, of als de verkoper niet wilt meewerken, kunt u een brief schrijven waarin u het volgende vermeldt:
• dat u niet de juiste informatie heeft gekregen toen u het product kocht;
• dat u het product niet had gekocht indien u wel de juiste informatie had geweten;
• dat u daarom de overeenkomst vernietigt;
• dat u binnen twee weken een reactie wilt van de ondernemer.
Het is belangrijk dat u alle bovenstaande punten verwerkt in uw brief. Rechtswinkel Nijmegen-Oost helpt u graag bij het opstellen van deze brief.

Indien de ondernemer nog steeds niet reageert, kunt u nadenken over verdere vervolgstappen. U kunt bijvoorbeeld naar de Geschillencommissie gaan of wellicht naar de rechter. De kosten van een procedure bij de Geschillencommissie bedragen € 27,50. Als u naar de rechter wilt gaan dient u er rekening mee te houden dat kosten hiervoor aanzienlijk hoger zijn dan bij de Geschillencommissie.
Ook kunt u altijd een klacht indienen bij Consuwijzer over de misleidende verkoop. Consuwijzer zorgt ervoor dat uw klacht bij een toezichthouder terecht komt. Deze kan een boete opleggen aan de ondernemer, zodat u bij een volgende koop beter beschermd bent. Het is belangrijk om te weten dat Consuwijzer u niet individueel kan helpen bij het vernietigen van uw overeenkomst.
U kunt hiervoor wel altijd bij Rechtswinkel Nijmegen-Oost terecht.

Heeft u vragen over dit onderwerp of de vervolgstappen die u kunt nemen? Kom dan gerust langs op een van onze spreekuren zodat wij u van juridisch advies kunnen voorzien!

Ook voor andere juridische problemen kunt u bij ons terecht op een van onze spreekuren. Heeft u zelf een onderwerp dat u graag terugziet in een van onze artikelen, schroom dan niet om dit te laten weten. Wellicht wordt uw onderwerp dan ook door een van onze rechtswinkeliers besproken.

Rechtswinkel Nijmegen-Oost wenst u fijne feestdagen en een voorspoedig 2018!

Auteur: Anne Buurlage

November 2017 – Het concurrentiebeding

Stel u verliest uw baan. Snel gaat u op zoek naar een nieuwe werkplek. Bij voorkeur zoekt u iets dat lijkt op het werk dat u voorheen heeft gedaan, aangezien u daar al de nodige ervaring in heeft opgedaan. Toch is dit niet altijd even gemakkelijk; u kunt bij uw vorige werkgever een concurrentiebeding hebben getekend waardoor u beperkt wordt in uw mogelijkheden om een nieuwe baan te vinden Wat is een concurrentiebeding en is dit eigenlijk wel altijd geldig?

Inhoud
In een concurrentiebeding worden beperkingen opgelegd aan de werknemer. Deze beperkingen hebben betrekking hebben op de werkzaamheden die de werknemer na het verlaten van zijn huidige baan niet meer zal mogen verrichten bij een nieuwe werkgever. Hoe strikt deze beperkingen zijn, verschilt per overeenkomst en zal afhangen van de belangen van de huidige werkgever. Daarnaast kunnen over verschillende zaken afspraken worden gemaakt, zoals de omgeving waar de werknemer niet meer werkzaam mag zijn, de werkzaamheden die hij bij een nieuwe werkgever niet mag verrichten of over het wél of niet onderhouden van contact met relaties die zijn opgedaan bij de vorige werkgever.

Een concurrentiebeding wordt meestal opgenomen in de arbeidsovereenkomst, maar kan ook in aanvullende arbeidsvoorwaarden worden opgenomen waar de arbeidsovereenkomst naar verwijst. Het is belangrijk dat uw werkgever u de stukken geeft waarin het concurrentiebeding is opgenomen, anders is het concurrentiebeding niet geldig. Daarnaast moet degene die de arbeidsovereenkomst tekent meerderjarig zijn.

Een concurrentiebeding is over het algemeen alleen geldig in een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Als uw werkgever in uw contract voor bepaalde tijd een concurrentiebeding wil opnemen, moet er sprake zijn van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang. U kunt dan bijvoorbeeld denken aan het geval waarin u zeer specifieke kennis opdoet over concurrentiegevoelige informatie bij uw werkgever. Dit zwaarwegende belang moet de werkgever beargumenteren in de arbeidsovereenkomst. Indien de werkgever dit niet doet, is het concurrentiebeding in een contract voor bepaalde tijd niet geldig.

Handhaving
Indien uw vorige werkgever van mening is dat u in uw nieuwe werkplek het concurrentiebeding schendt, kan hij het beding handhaven door naar de rechter te stappen. Indien in het concurrentiebeding een boete opgenomen is, kan deze aan de werknemer opgelegd worden. Daarnaast kan de werkgever eisen dat de werknemer niet langer in dienst zal zijn bij de nieuwe werkgever of dat de rechter een verbod oplegt aan de nieuwe werkgever om de werknemer nog langer in dienst te houden.

Indien u als werknemer van mening bent dat het concurrentiebeding regels stelt die te strikt zijn, kun u de rechter verzoeken het concurrentiebeding te matigen of geheel of gedeeltelijk te vernietigen. Dit betekent dat de rechter zal kijken of de belangen van de werknemer om op zijn nieuwe positie te werken zwaarder wegen dan die van de werkgever bij het handhaven van het concurrentiebeding. De rechter kan dan de boetes die in het concurrentiebeding zijn opgenomen verlagen. Daarnaast kan hij de werking van het concurrentiebeding beperken door bijvoorbeeld de duur van het concurrentiebeding te verkorten, of het geografisch gebied waarin het concurrentiebeding van toepassing is in te perken.

Let daarnaast goed op de reden waarom de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Heeft de werkgever namelijk ernstig verwijtbaar gehandeld en is de arbeidsovereenkomst om die reden geëindigd, dan heeft de werkgever überhaupt geen recht meer om zich te beroepen op het concurrentiebeding. Daarnaast moet de werkgever, als u een grote functiewijziging in het bedrijf krijgt, opnieuw een concurrentiebeding met u afspreken. Hierdoor kunt u bij uw nieuwe functie opnieuw bewust stilstaan bij de gevolgen van het concurrentiebeding en wordt u niet verrast door de gevolgen van een concurrentiebeding dat bij een andere functie hoort.

Zoals u ziet zijn er behoorlijk wat haken en ogen verbonden aan het vastleggen en handhaven van een rechtsgeldig concurrentiebeding. Elk geval zal apart moeten worden beoordeeld.

Bent u benieuwd hoe dit in uw specifieke situatie is? Kom dan gerust naar een van onze spreekuren met uw arbeidsovereenkomst zodat wij u kunnen helpen met uw situatie. Meer informatie vindt u op onze website: www.rechtswinkelnijmegen.nl.

Heeft u zelf een onderwerp dat u graag terugziet in een van onze artikelen, schroom dan niet om dit te laten weten. Wellicht wordt uw onderwerp dan ook door een van onze rechtswinkeliers besproken.

Auteur: Marjolijn Oranje

Oktober 2017 – Het nieuwe huwelijksvermogensrecht

D66, PvdA en VVD hebben in 2013 het initiatiefwetsvoorstel ‘Beperking wettelijke gemeenschap van goederen’ gepresenteerd. Zij zijn van mening dat door de individualisering van de samenleving het huidige huwelijksvermogensrecht niet meer van deze tijd is.
Momenteel vloeien bij het sluiten van een huwelijk beide vermogens van de echtgenoten samen tot één gemeenschap van goederen. Daar gaat binnenkort verandering in komen: in maart van dit jaar is het wetsvoorstel aangenomen door de Eerste Kamer en vanaf 1 januari 2018 zal de nieuwe wet ingevoerd worden. In dit artikel zal een globaal overzicht worden gegeven van de belangrijkste veranderingen.

Huidige situatie
Wanneer u nu zonder het maken van huwelijkse voorwaarden trouwt, ontstaat er tussen beide echtgenoten een volledige gemeenschap van goederen. Dit houdt in dat er geen privévermogen meer is, maar slechts één gemeenschappelijk vermogen. Tevens worden alle reeds bestaande schulden gemeenschappelijk. Alle schulden die tijdens het huwelijk ontstaan worden ook gemeenschappelijk, net zoals alle goederen die tijdens het huwelijk worden gekocht. Slechts een erfenis, waarvan de overledene in zijn testament heeft bepaald dat de erfenis niet in gemeenschap mag vallen, blijft buiten de gemeenschap van goederen. Dit systeem heeft vanwege haar eenvoud zo zijn voordelen. Het kan echter soms oneerlijk voelen als een van beide echtgenoten over een aanzienlijk groter vermogen beschikt voordat men gaat trouwen.

Situatie vanaf 1 januari 2018
De politiek heeft besloten dat het niet meer van deze tijd is om de vermogens van een echtpaar in zijn geheel te laten samenvloeien. Daarom ontstaat er als u vanaf 1 januari 2018 gaat trouwen een beperkte gemeenschap van goederen. Dit houdt in dat goederen en schulden die voor het huwelijk privé zijn waren, ook privé blijven. De beperkte gemeenschap van goederen bestaat slechts uit goederen en schulden die voorafgaand aan het huwelijk al aan beide echtgenoten toebehoorden. U kunt hierbij bijvoorbeeld aan een gezamenlijk gekocht huis denken en de hypotheek die daarbij hoort.

Goederen die tijdens het huwelijk worden aangekocht en schulden die tijdens het huwelijk ontstaan, blijven wél in de gemeenschap vallen. Een erfenis valt na 1 januari 2018 ook niet meer automatisch in de gemeenschap. Als de overledene juist wel wil dat de erfenis in de gemeenschap valt, dan moet dit in zijn of haar testament staan. De gedachte achter de nieuwe wetgeving is, dat alles wat privé was ook privé moet blijven.
Concluderend vallen in het nieuwe huwelijksvermogensrecht goederen en schulden die vóór het huwelijk privé zijn aangeschaft/ontstaan, niet meer in de gemeenschap.

Huwelijkse voorwaarden
Voor het nieuwe huwelijksvermogensrecht is het belangrijk om een goede administratie bij te houden. Als niet aangetoond kan worden of een schuld/goed privé is, valt het namelijk alsnog in de gemeenschap. Uit de praktijk blijkt dat echtgenoten meestal geen administratie bij houden. Dit maakt het dus lastig om aan te tonen wanneer een schuld of goed gezamenlijk is, of juist niet. Daarom is het van groot belang om samen duidelijke afspraken te maken. Deze afspraken zijn te maken via huwelijkse voorwaarden. In de huwelijkse voorwaarden kan afgeweken worden van de wettelijke gemeenschap van goederen. Mocht u bijvoorbeeld na 1 januari 2018 trouwen, maar het oude systeem willen gebruiken, dan kan dat via huwelijkse voorwaarden. Omdat afspraken over het huwelijksvermogensrecht vergaande gevolgen kunnen hebben, moeten de huwelijkse voorwaarden bij een notaris worden opgemaakt. De notaris kan u helpen met het maken van huwelijkse voorwaarden die passen bij uw situatie. De ingang van het nieuwe huwelijksvermogensrecht heeft overigens geen gevolgen voor de iedereen die al getrouwd is.

Heeft u zelf een onderwerp dat u graag terugziet in een van onze artikelen, schroom dan niet om dit te laten weten. Wellicht wordt uw onderwerp dan ook door een van onze rechtswinkeliers besproken. Bent u benieuwd wat het nieuwe huwelijksvermogensrecht voor u gaat betekenen of heeft u andere juridische vragen? Kom dan langs op een van de spreekuren van Rechtswinkel Nijmegen-oost.

Auteur: Caspar Roes

Wijkkrantartikelen

September 2017 – Illegaal downloaden

Augustus 2017 – Koop op afstand

December 2016 – Recht op rechtsbijstand

November 2016 – De juridische schenking en schenkbelasting

Oktober 2016 – Incassobureaus: kunnen deze blaffende honden ook bijten?

September 2016 – Problemen met keukenapparatuur? De ins en outs over productaansprakelijkheid en non-conformiteit

Augustus 2016 – Opzegging door de verhuurder… mag dat zomaar?

Mei 2016 – Drama op het vliegveld

April 2016 – De echtscheiding

Maart 2016 – Vaststellingsovereenkomst… En nu?

Februari 2016 – Een bron van ergenis; de tuin van de buren

Januari 2016 – De transitievergoeding

November 2015 – Waarom de Rechtswinkel is verhuisd

Oktober 2015 – Laat je niet uitmelken!